okt. 2011
Over Steve Jobs
16 oktober 2011 11:00
Flanders Technology International 1985. Het is zaterdag 2 maart en ik loop al de hele middag rond in de Gentse Jaarbeurs (toen nog in het Citadelpark).
Als jonge man met grote interesse in computertechnologie ben ik op zoek naar muzieksoftware voor mijn TI-99A (Texas Instruments). Ik ging reeds langs bij stands met o.a. Sinclair, Commodore, Atari en Philips, maar nergens kon men mij op een ernstige manier helpen.
Muziek? Op de meeste „boots” word ik afgescheept: in het beste geval toont men mij belachelijke spelletjes met al even belachelijke muziek of onaantrekkelijke programma’s die nooit een professionele niveau halen. En ik krijg de indruk dat je hier zonder technische opleiding en dito knobbel eigenlijk niet thuis hoort: dit is een beurs voor ernstige mensen!
Plots vernauwt mijn blikveld. De Tijd lijkt te vertragen en al mijn aandacht wordt naar een klein zacht blauw oplichtend scherm gezogen. Het fascineert onmiddellijk omdat het er zo totaal anders uitziet. Ook de kast waarin dit scherm lokt, evenals het veelkleurige logo in de vorm van een klein appeltje, hebben iets bijzonder fascinerends. Ik word uiterst vriendelijk ontvangen en mag zelfs proberen: „Maar natuurlijk!”
Het met de muis aanklikken van de afbeeldingen op het scherm is zo vanzelfsprekend dat ik onmiddellijk intuïtief weet hoe het werkt (de benaming GUI of Graphic Users Interface kende ik toen natuurlijk nog niet). Men stelt me voor om een opleidingssessie van een half uur te volgen. Ik stem zonder enige twijfel toe ook al moet ik er zondag voor terug komen wegens te laat vandaag.
Die sessie gaat door op een boot ergens aan de (vermoed ik nu) Marie Popelinkaai en dit in de vorm van een hands-on met MacWrite en MacPaint. Ik teken notenwaarden, trek notenbalken en sleep er noten op. En als dit nu ook nog zou kunnen klinken! Prachtige educatieve mogelijkheden liggen voor het grijpen en voor mijn geestesoog schieten er ongecontroleerd talloze mogelijke toepassingen voor muzikanten en voor het muziekonderwijs voorbij. Na 30 seconden ben ik verkocht, zeventien dagen later heb ik gekocht. (Ik heb de factuur nog: bon nr 1036 - vervaldag 06-04-85 : klant 428 : faktnr. 248 voor een Macintosh 128 K : prijs BEF 169.995 (BTW 19% inclusief) bij Sidel Computer Center).
De rest is geschiedenis, mijn stukje geschiedenis.
Er zijn van die momenten in je leven waarop je intuïtief weet: DIT IS HET!
Ik had het geluk om meerder keren dergelijk „momentum” te mogen ervaren én had daarenboven de tegenwoordigheid van geest om er bij stil te staan én er op in te gaan. Een moment is een tijdstip waarop een uitzonderlijke kans ontstaat: grijp ze!
Wat heeft dit alles met Steve Jobs (24 februari 1955 - 5 oktober 2011) te maken?
De beslissing om een Macintosh aan te kopen in maart 1985 veranderde grondig mijn leven en bepaalde voor een enorm groot deel ook het verder verloop van mijn leven. Gewoonlijk ben ik sober in mijn woorden en timide in mijn verklaren als het mezelf aangaat, maar in deze omstandigheden meen ik te mogen schrijven dat ik visionair was in het Vlaanderen van 1985 voor wat betreft het toekomstig belang van de computer en zijn immense toepassingsmogelijkheden voor de musici en het muziekonderwijs. Op die eigenste derde maart werd het mij letterlijk in een flits klaar en duidelijk dat de GUI hét middel was om de computer ook nuttig te maken voor de creatieve mens: de beeldhouwer, graficus, architect, schilder, etser, boetseerder, danser, scheppende en herscheppende muzikant, acteur, dichter enz… Ik begreep tevens dat dit ook telde voor de leek, de hobbyist, de student, de gepensioneerde, noem ze op. De Macintosh was hiervoor toen dé ideale computer.
Ik droomde de daarop volgende dagen en weken van toepassingen die konden laten horen wat je op het scherm intikt of op een klavier inspeelt. Stel je voor: je zingt en het wordt automatisch genoteerd. Je kunt het her beluisteren, aan een andere instrumentenklank koppelen, uitprinten, bewerken, delen met anderen… Ik droomde van een eigen muziekstudio waar ik kom componeren: mij eigen muziek uitgeven op papier en CD. Ik droomde van klaslokalen waar leerlingen elk hun eigen computer hadden. Dat lijkt nu allemaal doodgewoon, maar toen was het nog sciencefiction: sommigen verklaarden mij zelfs een beetje gek enkel omdat zij het niet „zagen”.
De aankoop van mijn Mac maakte dit mogelijk. Ik ploos vaktijdschriften uit, reed meerder keren naar Amsterdam, Utrecht, Londen, Frankfurt en Parijs hongerig op zoek naar software en informatie. Hierdoor verruimde mijn blik op de wereld. De softwaretoepassingen die ik had gedroomd, kwamen meer en meer ter beschikking en ik bouwde ondertussen een eigen zaak uit (BitmusiC). Hierdoor kwam ik in persoonlijk contact met gerenommeerde musici zoals Tars Lootens, Robert Groslot, Michel Herr, Fréderic Devreeze, Julos Beaucarne, Rudy Werthen, Wim Mertens en werd langzaam maar zeker een naam in de wereld van de klassieke muziek en dito onderwijs.
Een greep uit de fantastische gevolgen van mijn keuze:
Dit alles werd mogelijk dankzij de visionaire geest van Steve Jobs die opraapte wat anderen lieten liggen, die doorzette waar anderen opgaven en die hongerig bleef zoeken en het onmogelijke bleef nastreven: hij gaf de computer een linker hersenhelft.
Dankjewel Steve.
Als jonge man met grote interesse in computertechnologie ben ik op zoek naar muzieksoftware voor mijn TI-99A (Texas Instruments). Ik ging reeds langs bij stands met o.a. Sinclair, Commodore, Atari en Philips, maar nergens kon men mij op een ernstige manier helpen.
Muziek? Op de meeste „boots” word ik afgescheept: in het beste geval toont men mij belachelijke spelletjes met al even belachelijke muziek of onaantrekkelijke programma’s die nooit een professionele niveau halen. En ik krijg de indruk dat je hier zonder technische opleiding en dito knobbel eigenlijk niet thuis hoort: dit is een beurs voor ernstige mensen!
Plots vernauwt mijn blikveld. De Tijd lijkt te vertragen en al mijn aandacht wordt naar een klein zacht blauw oplichtend scherm gezogen. Het fascineert onmiddellijk omdat het er zo totaal anders uitziet. Ook de kast waarin dit scherm lokt, evenals het veelkleurige logo in de vorm van een klein appeltje, hebben iets bijzonder fascinerends. Ik word uiterst vriendelijk ontvangen en mag zelfs proberen: „Maar natuurlijk!”
Het met de muis aanklikken van de afbeeldingen op het scherm is zo vanzelfsprekend dat ik onmiddellijk intuïtief weet hoe het werkt (de benaming GUI of Graphic Users Interface kende ik toen natuurlijk nog niet). Men stelt me voor om een opleidingssessie van een half uur te volgen. Ik stem zonder enige twijfel toe ook al moet ik er zondag voor terug komen wegens te laat vandaag.
Die sessie gaat door op een boot ergens aan de (vermoed ik nu) Marie Popelinkaai en dit in de vorm van een hands-on met MacWrite en MacPaint. Ik teken notenwaarden, trek notenbalken en sleep er noten op. En als dit nu ook nog zou kunnen klinken! Prachtige educatieve mogelijkheden liggen voor het grijpen en voor mijn geestesoog schieten er ongecontroleerd talloze mogelijke toepassingen voor muzikanten en voor het muziekonderwijs voorbij. Na 30 seconden ben ik verkocht, zeventien dagen later heb ik gekocht. (Ik heb de factuur nog: bon nr 1036 - vervaldag 06-04-85 : klant 428 : faktnr. 248 voor een Macintosh 128 K : prijs BEF 169.995 (BTW 19% inclusief) bij Sidel Computer Center).
De rest is geschiedenis, mijn stukje geschiedenis.
Er zijn van die momenten in je leven waarop je intuïtief weet: DIT IS HET!
Ik had het geluk om meerder keren dergelijk „momentum” te mogen ervaren én had daarenboven de tegenwoordigheid van geest om er bij stil te staan én er op in te gaan. Een moment is een tijdstip waarop een uitzonderlijke kans ontstaat: grijp ze!
Wat heeft dit alles met Steve Jobs (24 februari 1955 - 5 oktober 2011) te maken?
De beslissing om een Macintosh aan te kopen in maart 1985 veranderde grondig mijn leven en bepaalde voor een enorm groot deel ook het verder verloop van mijn leven. Gewoonlijk ben ik sober in mijn woorden en timide in mijn verklaren als het mezelf aangaat, maar in deze omstandigheden meen ik te mogen schrijven dat ik visionair was in het Vlaanderen van 1985 voor wat betreft het toekomstig belang van de computer en zijn immense toepassingsmogelijkheden voor de musici en het muziekonderwijs. Op die eigenste derde maart werd het mij letterlijk in een flits klaar en duidelijk dat de GUI hét middel was om de computer ook nuttig te maken voor de creatieve mens: de beeldhouwer, graficus, architect, schilder, etser, boetseerder, danser, scheppende en herscheppende muzikant, acteur, dichter enz… Ik begreep tevens dat dit ook telde voor de leek, de hobbyist, de student, de gepensioneerde, noem ze op. De Macintosh was hiervoor toen dé ideale computer.
Ik droomde de daarop volgende dagen en weken van toepassingen die konden laten horen wat je op het scherm intikt of op een klavier inspeelt. Stel je voor: je zingt en het wordt automatisch genoteerd. Je kunt het her beluisteren, aan een andere instrumentenklank koppelen, uitprinten, bewerken, delen met anderen… Ik droomde van een eigen muziekstudio waar ik kom componeren: mij eigen muziek uitgeven op papier en CD. Ik droomde van klaslokalen waar leerlingen elk hun eigen computer hadden. Dat lijkt nu allemaal doodgewoon, maar toen was het nog sciencefiction: sommigen verklaarden mij zelfs een beetje gek enkel omdat zij het niet „zagen”.
De aankoop van mijn Mac maakte dit mogelijk. Ik ploos vaktijdschriften uit, reed meerder keren naar Amsterdam, Utrecht, Londen, Frankfurt en Parijs hongerig op zoek naar software en informatie. Hierdoor verruimde mijn blik op de wereld. De softwaretoepassingen die ik had gedroomd, kwamen meer en meer ter beschikking en ik bouwde ondertussen een eigen zaak uit (BitmusiC). Hierdoor kwam ik in persoonlijk contact met gerenommeerde musici zoals Tars Lootens, Robert Groslot, Michel Herr, Fréderic Devreeze, Julos Beaucarne, Rudy Werthen, Wim Mertens en werd langzaam maar zeker een naam in de wereld van de klassieke muziek en dito onderwijs.
Een greep uit de fantastische gevolgen van mijn keuze:
- Als zaakvoerder van BitmusiC veroverde ik samen met Jef De Berdt (1953-2006) de Vlaamse muziekacademies met Muzikad (administratieve software) en Finale (notatiesoftware) en bouwde hierdoor de fundamenten voor het verder gebruik van de computer in het muziekonderwijs.
- Als componist mocht ik de „Song for technology” componeren en uitvoeren op de opening van Flanders Technology 1989 en dit in aanwezigheid van o.a. Koning Boudewijn.
- Als lid van CD-Live gaf ik in samenwerking met en steun van Roland Corporation (Vic Keersmaeckers) meer dan 565 concerten. Er ontstond hierbij een mooie vriendschap met Jan Huylebroek en Charles Van Houtte. Wij toonden aan tienduizenden leerlingen in scholen verspreid over heel Vlaanderen de onvoorstelbare mogelijkheden van de computer op het gebied van de muziek en waren hierdoor echte technologie-missionarissen.
- Eveneens als lid van CD-Live gaf ik in samenwerking met het Koninklijk Ballet Van Vlaanderen 286 concerten in België, Nederland, Engeland en Duitsland. Daarbij ontmoette ik een ongelofelijk aantal creatieve en mooie mensen: Linda Lepomme, Marijn Devalck, Frank Robert Freeman, Marloes Van Den Heuvel, Ann Lauwereins, Mark Meersman, Frank Van Laecke, Kader Gürbüz, Daan van den Durpel om er maar enkele te noemen.
- Als ‚autoriteit’ kreeg ik de kans om mijn verhaal over de mogelijkheden van de computer persoonlijk uit te dragen op zowel radio (o.a. „De gewapende man” met Julien Put), televisie (Help Klassiek in 1995) als in de aula’s van universiteiten (Leuven) en Koninklijke Conservatoria (Liège).
- En een laatste maar overduidelijk immens belangrijk gevolg: dankzij en door de computer ontmoette ik een prachtige vrouw: Mia.
Dit alles werd mogelijk dankzij de visionaire geest van Steve Jobs die opraapte wat anderen lieten liggen, die doorzette waar anderen opgaven en die hongerig bleef zoeken en het onmogelijke bleef nastreven: hij gaf de computer een linker hersenhelft.
Dankjewel Steve.
Over Ligeti
05 oktober 2011 12:24
Daar zaten we dan. In het Brugs Concertgebouw. Op uitnodiging van Luc Pillen vader van twee oud-Discanters.
We frequenteren de laatste jaren het concertleven niet zo veel.
Daar zijn tal van redenen voor. Eén ervan is het „gezelschap” - sinds jaren - van een zware tinitus. Die wil van mij niet wijken en apprecieert een overdosis aan geluid helemaal niet.
Een andere reden is de beurs. Begrijp me niet verkeerd: we leden geen zware verliezen in de ‚duikvlucht der aandelen’ want die hebben we gewoon niet.
Ik bedoel ònze beurs: die fronst het voorhoofd als we er met de hand ingaan. Wat men soms moet bovenhalen voor men zich kan neerzetten in de pluche zetel of de hype stoel van een concertzaal: dat loopt al snel erg op! Niet deze avond dus waarvoor hierbij nogmaals dank aan de gastheer en zijn dame.
We hadden ons maar pas koninklijk neergezet in die hype stoel op het eerste balkon om de seizoensopener van Het Symfonieorkest Vlaanderen mee te maken of ik werd al meteen voor de eerste maal die avond terug gekatapulteerd naar het verleden. Waar is die Tijd verdorie heen? Hoe lang was het alweer geleden dat ik dit zelfde orkest (?) in een heel andere context hoorde?
Sschwwwoeps: het West Vlaams Orkest. Vermoedelijk begin de jaren 70: en daar zit ik dan op het podium. Naast Carien Verhenneman die in dé Passie der Passies de continuo voor haar rekening neemt terwijl ik de blaadjes van een pocketuitgave draai. Dirk Varendonck dirigeert en ik vermoed dat de meisjes van Hemelsdaele ook meezingen. Ik herken nog Ria Bollen en (rechts van mij) Jan Van Kelst.

Die is vanavond ook aanwezig maar dan in het geëvolueerde/getransformeerde orkest.
Terug naar nu dus, ongeveer 40 jaar later.
Ze openen met Ligeti’s Vioolconcert (1990). Ik had het werk nog niet gehoord maar het bekoorde mij nagenoeg onmiddellijk. Prachtige muziek op weergaloos meesterlijk ingeleefde wijze gebracht door Patricia Kopatchinskaja die begeleid wordt door een gemetamorfoseerd West Vlaams / Nieuw Vlaams / Symfonieorkest Vlaanderen dat nauwgezet, krachtig, vol zwaai en schwung wordt aangestuurd door gastdirigent Jonathan Stockhammer. Die hing in de tijd waarop ik de blaadjes draaide bij Bach’s Matheuspassie nog aan de moederrok.
Het moet razend moeilijk zijn dat concert uit 1990. Onoverkomelijk als je de directiepartituur voor het eerst opent. György Ligeti wist wat moeilijk is. Zijn leven heeft het hem geleerd. Joodse vader en broer vermoord door de nazi’s tijdens hun gevangenschap in de kampen: ook hij was er bij. En toch hoor ik in zijn muziek geen miserie of verdriet of angst. Ik hoor geen dood.
Ik hoor gesprekken, gebabbel.
In mijn verbeelding wegglijdend zie ik Roberto Benigni (La vita è bella) op het podium verschijnen. Hij praat luid en gesticuleert in warme overdrijving op z’n Italiaans. Hij is aanwezig in de klanken en vertolkt clownesk hét leven met alles erop en eraan. Achterklap. Fluisterklap. Donderende bulder. Kolder-taal. Lokkende taal. Welgemeende zoetigheid en buitelende kinderen. Waw! Ligeti schildert met klank. Hij giet kleuren in mijn hersenpan en mengt ze. Niet tot grijs, maar tot levend beeld. Een nieuwe wereld wordt herboren uit tot tekens gestolde ideeën.
Tijdens de pauze wordt de katapult voor een tweede maal afgevuurd. Ik ontmoet een oud collega. Mijn geheugen weet de contouren van zijn gezicht op te roepen, maar zijn naam - Antoon V. - was gesmolten. Weeral een sprong van 30 jaar: de zusters en de broeders te Knokke. Jacques Maertens. Rondinella. Tja…
Het tweede deel met „De nieuwe wereld” van Antonin Dvorak brengt rust. Het orkest laat hier en daar een steekje vallen, vooral bij de kopers. De dirigent speelt en steelt soms wat de show’ maar nooit te veel. Een duiveltje waar nodig. Een engel als er streling wordt gevraagd. Ik geniet. Het gaat nooit te luid, dat weet mijn „gezelschap” mij te vertellen.
Na afloop bij de vestiaire komt de derde sprong in het verleden. Luc heeft het toevallig over Intersoc. Koekje van Proust wordt woordje van Pillen en ik denk: Engelberg; waar is die machtige heerlijke Tijd? Met Discantus in het hotel Terasse. Dat is ook alweer 25 jaar geleden. Zouden zij er ook nog af en toe eens aan denken?
Waar een uitnodiging toch allemaal goed voor is.
We frequenteren de laatste jaren het concertleven niet zo veel.
Daar zijn tal van redenen voor. Eén ervan is het „gezelschap” - sinds jaren - van een zware tinitus. Die wil van mij niet wijken en apprecieert een overdosis aan geluid helemaal niet.
Een andere reden is de beurs. Begrijp me niet verkeerd: we leden geen zware verliezen in de ‚duikvlucht der aandelen’ want die hebben we gewoon niet.
Ik bedoel ònze beurs: die fronst het voorhoofd als we er met de hand ingaan. Wat men soms moet bovenhalen voor men zich kan neerzetten in de pluche zetel of de hype stoel van een concertzaal: dat loopt al snel erg op! Niet deze avond dus waarvoor hierbij nogmaals dank aan de gastheer en zijn dame.
We hadden ons maar pas koninklijk neergezet in die hype stoel op het eerste balkon om de seizoensopener van Het Symfonieorkest Vlaanderen mee te maken of ik werd al meteen voor de eerste maal die avond terug gekatapulteerd naar het verleden. Waar is die Tijd verdorie heen? Hoe lang was het alweer geleden dat ik dit zelfde orkest (?) in een heel andere context hoorde?
Sschwwwoeps: het West Vlaams Orkest. Vermoedelijk begin de jaren 70: en daar zit ik dan op het podium. Naast Carien Verhenneman die in dé Passie der Passies de continuo voor haar rekening neemt terwijl ik de blaadjes van een pocketuitgave draai. Dirk Varendonck dirigeert en ik vermoed dat de meisjes van Hemelsdaele ook meezingen. Ik herken nog Ria Bollen en (rechts van mij) Jan Van Kelst.

Die is vanavond ook aanwezig maar dan in het geëvolueerde/getransformeerde orkest.
Terug naar nu dus, ongeveer 40 jaar later.
Ze openen met Ligeti’s Vioolconcert (1990). Ik had het werk nog niet gehoord maar het bekoorde mij nagenoeg onmiddellijk. Prachtige muziek op weergaloos meesterlijk ingeleefde wijze gebracht door Patricia Kopatchinskaja die begeleid wordt door een gemetamorfoseerd West Vlaams / Nieuw Vlaams / Symfonieorkest Vlaanderen dat nauwgezet, krachtig, vol zwaai en schwung wordt aangestuurd door gastdirigent Jonathan Stockhammer. Die hing in de tijd waarop ik de blaadjes draaide bij Bach’s Matheuspassie nog aan de moederrok.
Het moet razend moeilijk zijn dat concert uit 1990. Onoverkomelijk als je de directiepartituur voor het eerst opent. György Ligeti wist wat moeilijk is. Zijn leven heeft het hem geleerd. Joodse vader en broer vermoord door de nazi’s tijdens hun gevangenschap in de kampen: ook hij was er bij. En toch hoor ik in zijn muziek geen miserie of verdriet of angst. Ik hoor geen dood.
Ik hoor gesprekken, gebabbel.
In mijn verbeelding wegglijdend zie ik Roberto Benigni (La vita è bella) op het podium verschijnen. Hij praat luid en gesticuleert in warme overdrijving op z’n Italiaans. Hij is aanwezig in de klanken en vertolkt clownesk hét leven met alles erop en eraan. Achterklap. Fluisterklap. Donderende bulder. Kolder-taal. Lokkende taal. Welgemeende zoetigheid en buitelende kinderen. Waw! Ligeti schildert met klank. Hij giet kleuren in mijn hersenpan en mengt ze. Niet tot grijs, maar tot levend beeld. Een nieuwe wereld wordt herboren uit tot tekens gestolde ideeën.
Tijdens de pauze wordt de katapult voor een tweede maal afgevuurd. Ik ontmoet een oud collega. Mijn geheugen weet de contouren van zijn gezicht op te roepen, maar zijn naam - Antoon V. - was gesmolten. Weeral een sprong van 30 jaar: de zusters en de broeders te Knokke. Jacques Maertens. Rondinella. Tja…
Het tweede deel met „De nieuwe wereld” van Antonin Dvorak brengt rust. Het orkest laat hier en daar een steekje vallen, vooral bij de kopers. De dirigent speelt en steelt soms wat de show’ maar nooit te veel. Een duiveltje waar nodig. Een engel als er streling wordt gevraagd. Ik geniet. Het gaat nooit te luid, dat weet mijn „gezelschap” mij te vertellen.
Na afloop bij de vestiaire komt de derde sprong in het verleden. Luc heeft het toevallig over Intersoc. Koekje van Proust wordt woordje van Pillen en ik denk: Engelberg; waar is die machtige heerlijke Tijd? Met Discantus in het hotel Terasse. Dat is ook alweer 25 jaar geleden. Zouden zij er ook nog af en toe eens aan denken?
Waar een uitnodiging toch allemaal goed voor is.
