Discantus 1982-2007
25 jaar Discantus
Mijn verhaal over het jeugdkoor Discantus - in september 2007 vijfentwintig jaar oud - is een bont gekleurde terugblik op fantastische jaren van samenwerken met de (jonge) mens. De rode draad doorheen dit alles is de verbondenheid via de liefde voor de stem en de muziek.
1. Voorgeschiedenis...
In 1981 nam ik ontslag aan de Muziekacademie van Knokke-Heist. Daar had ik enkele jaren ervoor, onder impuls van de directeur Jacques Maertens, het jeugdkoor Rondinella helpen oprichten. Dhr. Maertens - grote bezieler van de liefde voor de Muziek in het algemeen en voor de Stem in het bijzonder - was een rasmentor die sterk in mij geloofde en de kansen creëerde die aan de basis zouden liggen van mijn professionele carrière. Ik blijf er hem dankbaar voor.
Het vrijwillige ontslag te Knokke kwam er omdat ik vanaf september ’81 open - d.w.z. benoembare - uren solfège (AMV) werd aangeboden te Brugge. Naast AMV kwam ook de cursus Samenzang onder mijn hoede. Samenzang was in die tijd een vrij in te richten vak, later (in 1990) werd het een verplicht onderdeel voor alle leerlingen AMV.
Daar er in het Conservatorium van Brugge toen geen koor was - zeer ongewoon in een stad waar een aantal bekende koren floreerden - stond de toenmalige directeur W. Carron toe dat ik "in de schoot van de school" uit de klassen waaraan ik les gaf, leerlingen rekruteerde voor een kinderkoor. Dit koor, dat los zou staan van de school, mocht voor de repetities gratis gebruik maken van de Orgelzaal. Aldus werd een schooljaar later (op 1 september 1982) een kinderkoor opgericht. De repetities gingen door op zaterdagmorgen van 10.00 tot 12.00 uur. Daarbij was er in die tijd noch sprake van een specifieke naam, noch van een bestuur. Het was gewoon de start van een muzikaal avontuur waaraan een 35-tal jongeren vol enthousiasme deelnamen.
2. De start.
We traden voor het eerst officieel naar buiten op de leerlingen-auditie van 8 mei 1983 en de reacties waren enorm bemoedigend. Ik citeer de toenmalige inspecteur-muziek Antoon Defoort:
"Ik houd er aan u heel hartelijk te feliciteren met het initiatief om (eindelijk) (haakjes door dhr. inspecteur) 1ste, een kinderkoor in 't conservatorium te beginnen en 2de, het bekomen resultaat na amper enkele maanden werken..."
Of dit citaat uit het Brugsch Handelsblad:
"Een soort verrassing kwam dan als slot met het optreden van het kinderkoor Discantus. Dit conservatoriumkoor (...) wordt iets bijzonders. (...) Hier wordt gemusiceerd vanuit de kinderlijke leefwereld en met een bijzondere schroom voor de gevoelige haast onbeschreven muzikale kinderzieltjes en kinderstemmetjes. Nu reeds een luid bravo: indien in het zelfde tempo wordt verder gewerkt garandeert dit nog mooie uren! (...)".
Dit kon tellen als start!
De lovende woorden en positieve reacties van zowel pers als publiek en het enthousiasme van de koorleden en natuurlijk ook de ouders, gaven ons vleugels.
De ervaring te Knokke had me geleerd dat een koor meer is dan een groep zingende individuen: het is vooral ook een “gebeuren” met een intens en complex sociaal weefsel. Het Knokse Rondinella had een bestuur waarin ook een dame - mevrouw Robinson - zetelde. Die behartigde vooral die zaken waarvoor een toen 24-jarige jongeman nog niet echt de nodige vaardigheden bezat. Hoe ga je namelijk om met vragen als: "Welke sokken voor vanavond?”, “Hoe lang mag het haar zijn?” of "Mijn schoenen zijn vuil". Maar ook: "Ik vergat iets dat ik niet goed aan u durf zeggen... zouden ze dat hier hebben?".
In die tijd had ik tijdens het bezoek aan een concertreeks in “Het Leerhuys”, mevrouw Josephine De Poot-Allosery leren kennen. Ze had vroeger zelf zangles gevolgd aan het Conservatorium en wist dus als geen ander wat zingen inhield. Ze stond niet afwijzend tegenover de vraag om - net zoals mevrouw Robinson te Knokke - “Koormeter" van de koorgroep te worden en kwam daarom op een zaterdagmorgen poolshoogte nemen.
Mevrouw De Poot was, zoals de meeste oud-koorleden wellicht nog goed weten, vanaf toen nagenoeg op elke repetitie aanwezig. Ze hield gelukkig niet alleen discreet de discipline in het oog, maar zorgde ook op geregelde tijdsstippen voor extra sfeer door o.a. met Sinterklaas, Kerst of Pasen, grote “Manden-Vol-Lekkers" -letterlijk- binnen te sleuren. Het was ook zij die uiteindelijk de naam Discantus (in de dertiende eeuw de benaming voor een hogere tegenstem) koos voor het kinderkoor. Inderdaad, kinderkoor, want op enkele uitzonderingen na waren het allemaal heel jonge zangertjes.
3. Negentiendrieëntachtig...
Een maand na ons eerste optreden, om precies te zijn op 26 juni 1983, werkten we reeds mee aan het eindexamen Lyrische Kunst. Deze cursus verwierf - onder leiding van Georgette Cooleman - een zeer grote reputatie. Discantus werd gevraagd om deze reputatie nog sterker te maken en alle koorleden zetten zich vol enthousiasme in om “Schoolmeester” John Dur voor zijn eindexamen de nodige tegenspelers te bezorgen. Inge Coudenys speelde met verve het "stoute jongetje" en John behaalde blijkbaar met evenveel verve zijn diploma, want hij mocht de voorstelling - samen met Discantus - nog eens overdoen op de jaarlijkse prijsuit- reiking die op 4 december van hetzelfde jaar plaats vond in de Schouwburg.
Volgend citaat uit het Brugsch Handelsblad van 9 december 1983 illustreert dit mooi:
"Het slot van de avond hield een primeur in: de eerste medewerking aan een prijsuitreiking van het kinderkoor Discantus (leiding Luc Goethals) in de "Schulmeistercantate" van Telemann, voor deze gelegenheid als mini-opera op de planken gebracht door de cursus van lyrische kunsten. John Dur zong en speelde de solopartij en kreeg een zeer gevatte repliek (...) Hij hield daarbij stevig voeling met het kinderkoor dat zich zeer knap van zijn muzikale en scenische taak kweet (...)"
4. Een buitenlands koor op bezoek.
Discantus kreeg blijkbaar snel bekendheid. Zo werden we in het voorjaar van 1984 aangezocht door dhr. Töpper, een Hongaarse-Bruggeling. Hij stelde de uitwisseling voor met een koor uit Miskolc (Hongarije). Wij gingen er een beetje schoorvoetend op in. Ondertussen manifesteerde Discantus zich - op uitdrukkelijke vraag van de leden - naar buiten toe niet meer als kinder-, maar wel als Jeugdkoor.
Op 1 april ’84 kwam het koor "Foldes Ferenc" te Brugge aan. Het was een gemengd jongerenkoor. Ze verbleven bij ons tot en met vrijdag 6 april. Op het programma stond o.a. een bezoek aan de haven van Zeebrugge (!), een verbroederingsfeest en (op 4 april) een concert in het toenmalig Concertgebouw in de Sint-Jakobsstraat. Voor ons was hun optreden een enorme leerrijke ervaring, temeer daar het koor semi-professionele allures had. Zo zongen ze bv. een vierstemmig stuk waarbij alle stemgroepen gewoon door elkaar stonden wat een zeer speciale koorklank deed ontstaan. Ook brachten ze op een indrukwekkende wijze het door ons vooraf toegestuurde "Pierlala". Wij leerden dat er afwisseling in het programma kon worden gebracht door bv. ook de leden van het koor te laten optreden die een instrument konden bespelen.
We hadden nog maar pas de uitlaatgassen van de vertrekkende Hongaarse bus uit ons haar gewassen of er kwam al een aanvraag binnen om op te treden tijdens het Internationaal Beiaard-festival.
Het festival had plaats op 26 augustus 1984 en men wou een primeur in de vorm van samenzang van het koor op de binnenkoer van de Halletoren met de beiaard, 84 meter hoger. Het was het huldeconcert van en voor Eugeen Uten die dat jaar op rust zou gaan. Er werden twee stukken met koorzang geprogrammeerd: "Dan mocht de beiaard spelen" van P. Benoit, en een huldelied op tekst van Eugeen Uten door mezelf op muziek gezet:
"Ik bevocht geen loze schurken, redde ook geen eed’le maagd, ken geen kromgezwaarde turken want die tijd is lang vervaagd, ben nog nooit, nog nooit ten strijd getrokken want ik houd niet van geweld: mijn soldaten dat zijn klokken, zevnenveertig welgeteld, mijn soldaten dat zijn klokken, zevnenveertig welgeteld".
Ook het "Auld lang syne" waarmee Eugeen steevast elk concert afsloot, werd - aangetrokken door Discantus - met volle kelen meegezongen door de toeschouwers. Een paar dagen later stond er weer een recensie in het Brugsch Handelsblad die er niet om loog:
"Het is helemaal niet gebruikelijk dat een beiaardconcert wordt gerecenseerd. Voor eenmaal, en dit n.a.v. het afscheid van Eugeen Uten aan zijn beiaard, willen wij hierop een uitzondering maken. (...) Dit duo was trouwens niet het enige "evenement" van dit slotconcert. Het jeugdkoor Discantus, geleid door Luc Goethals, droeg eveneens zijn steentje bij om van dit gebeuren iets speciaals te maken (...)".
Vier maanden later organiseerden we op zaterdag 22 december 1984 in de Begijnhofkerk ons eerste eigen Kerstconcert. Het werd een enige ervaring, ondermeer doordat - zo staat het ook nog op de toegangskaartjes - de Begijnhofpoort stipt om 20.00 uur werd gesloten. Niemand mocht nog binnen of buiten en we brachten aldus in een sfeer van uiterste contemplatie, ver van alle wereldse geweld, het Kerstverhaal.
Dit stak in een gloednieuw kleedje (tekstbewerking door Désirée De Poot, dochter van...) en werd ook instrumentaal opgeluisterd. Ik heb een warme herinnering aan dé "Stille Nacht" door Martje Vande Ginste schitterend begeleid op het cymbalon in een aan weemoed grenzende bewerking van haar vader. Ik herinner mij eveneens de opmerking van een oudere dame die mij na het concert aansprak:
"U dirigeert met handen als van een engel uit de schilderijen van Van Eyck".
Het optreden werd blijkbaar "getypeerd door een minutieuse zorg voor afwerking en zuiverheid" en dat komt ècht niet van mij!
5. Het eerste grote succes.
Het koor evolueerde ongemeen gunstig: op 20 januari 1985 hielpen we bij de creatie van “Het jongetje met het Hocus Pocus woord” in de Stadsschouwburg van Brugge. De opvoering van deze jeugdopera van Willy Carron viel nochtans midden in onze voorbereidingen op de schiftingsproeven van het derde Nausikaä-koorfestival te Etterbeek (Brussel) waarvoor we op zaterdag 9 februari naar de campus van de VUB reden. We zongen er om 17:00 uur in de Aula voor een jury bestaande uit Vic Nees, Erik Van Nevel, Juliaan Wilmots, Lou Van Cleynenbreugel en Antoon Defoort. Van de 33 ingeschreven koren mochten er 13 naar de finale: Discantus was er als enige West-Vlaamse koor bij!
Tijdens de finale op zondag 10 maart 1985 verdedigden we ons met het volgende programma: “Bibitores” (Martini) - “Bij de bron” (Hongaars Volkslied) - “Kom Iwanowitsj” (Russisch volkslied) - “Dans als de regen” (S. Rath) en “Het muisje, de aap en de beer” (L. Goethals) en behaalden verrassend de eerste prijs in de categorie gelijkstemmige jeugdkoren.
Het gevolg van dit succes liet zich raden: in de loop van het jaar was Discantus nog vijf keer te horen.
Op 27 april werden we in het kader van het “Jaar van de Muziek” door Luc Delanghe gevraagd om op te treden tijdens een schoolconcert in Blankenberge.
Op 29 juni waren we op de middag, in uitgesteld relais van ons optreden te Brussel, te beluisteren op de toenmalige BRT3 in het programma “Koormuziek”.
Op 17 november namen we deel aan het “Vijfde Provinciaal Festival voor Jeugd- en Kinderkoren” te Harelbeke.
Op zaterdag 30 november organiseerden we ons eerste eigen “Jaarlijks Koorconcert” en dit in het Concertgebouw te Brugge. Het programma van dit concert vertoonde drie luiken. Eerst “Een reis doorheen de muziekgeschiedenis” met werk van o.a. Melchior Franck, Claudio Monteverde, Joseph Haydn en Herman Roelstraete. Dan “Herfstmijmeringen” met o.a. “Ik zing” van Stan Van Vaerenbergh en het wondermooie eenstemmige “Schrijf mijn naam niet” van Vic Nees. En tenslotte “Een reis rond de wereld in 12 liederen”.
We sloten het jaar af op 25 december met de opluistering van de Hoogmis van 10:00 uur in de abdij van Steenbrugge en dit samen met het Sint-Arnolduskoor en de organist Chris Dubois. In de loop van dat jaar stelde Discantus ook een volwaardig bestuur samen met als voorzitter mevr. De Poot-Allosery, als penningmeester dhr. Dupont en als secretaris dhr. Regoudt. Het aantal koorleden steeg boven de 40 uit, we wierven ereleden die de organisatie financieel steunden en we hadden het vermetele plan om op concertreis naar Hongarije te gaan... Het draaide echter een heel klein stukje anders uit.
6. Concerten (en vakantie) in het buitenland.
Begin 1986 kwam de vraag om als gastheer op te treden voor het Amerikaanse “Cleveland Orchestra Chorus” o.l.v. Robert Page. Heel veel werk aan de winkel dus. Het werd een zeer interessante ervaring. Zo had dit koor zijn eigen voorgedrukte affiches mee waarop - in overigens puik Nederlands - het concert verkeerdelijk in het Concertgebouw was gesitueerd. Wij trokken de zaak recht en het (gratis) optreden in een gevulde Stadsschouwburg werd een groot succes. Robert leerde ons het belang van een zeer goed gearticuleerde uitspraak kennen en we ontdekten ook een keur van schitterende twintigste eeuwse Amerikaanse koormuziek.
Door tal van redenen viel de voorziene koorreis in uitwisseling met het Hongaarse koor uit Miscolc volledig in het water. De ontgoocheling bij de koorleden was enorm... tot Luc Pillen, vader van twee zangertjes (Bieke en Maaike) én eersteklas organisator, met een prachtig alternatief op de proppen kwam: het koor werd van 16 tot 24 juli voor een zacht prijsje een vakantie aangeboden in het “Hotel Terrace” te Engelberg (Zwitserland). De enige voorwaarde was dat we twee optredens dienden te verzorgen. En of we toehapten! Het werd een memorabele reis met een **** sterren hotel en dito eten.
Ik herinner mij het ijs-koude openluchtzwembad, het treintje vanuit het centrum en het optreden in de “catacomben” van het hotel voor meer dan 300 man. Mevrouw De Poot zong er als voorprogramma voor het eerst (en voor het laatst) voor het koor.
Ik herinner mij de kabelbaan die meer dan 800 meter hoogte overbrugde naar Fürenalp: we kregen er van een vriendelijke Duitser een biljet van 50 Zwitserse Franken in de pollen gestopt (we zongen in de gondel, weet je het nog Sylvie...) en kochten er voor iedereen een ijsje mee. Ik herinner mij eveneens mijn afgrijzen toen ik bovenkwam. Het eerste wat ik zag was een aantal meisjes die op de rand van een richel zaten om er doodgemoedereerd hun boterhammetjes te eten: hun benen
bungelden gewoon over de afgrond. Ook de “wandeltocht” terug is onvergetelijk: ik heb er op het einde mijn mooie witte sportshort onuitwisbaar groen “gesloren”.
En dan het “zwemmen” in het meertje (met het eilandje) of het zingen op de kiosk in het Kuhrpark en tijdens het Zwitserse boerenbuffet aan de barokke abdij. Ik herinner mij de voettocht naar de Risti (1600 meter hoog) waarbij de gondels van de kabelbaan rakelings boven onze hoofden scheerden. . . Sjonge, sjonge, ik krijg een warm gevoel bij al die herinneringen.
Het rijk gevulde koorjaar werd afgesloten met op uitnodiging van het fonds “Julien Roussel” een optreden (24 oktober) in ‘t Keerske én de organisatie van ons “Jaarlijks Koorconcert” (18 december) in de lokalen van de toenmalige BBL (nu ING) op de Markt te Brugge.
7. Amerika, Canada en Denemarken op bezoek
Het jaar daarop - 1987 - zou het jaar van de buitenlandse koren worden: er kwamen er niet minder dan drie bij ons op bezoek.
Eerst ontvingen we tussen 19 en 21 mei het “University of Virginia Choir”. We organiseerden voor hen een concert op het binnenplein van het Zilverpand. De jongens van dit koor hadden jammer genoeg ons Belgisch bier ontdekt; niet dat ze slecht zongen, maar de discipline was duidelijk vèr te zoeken...
Nadien kwam van 26 tot 29 juni het Canadese “The Amabile Youth Singers” op bezoek. Van dit uiterst kwaliteitsvol meisjeskoor o.l.v. John Barron (bijgestaan door Brenda Zadorsky) werden de leden en volwassen begeleiders bij de koorleden te slapen gelegd. Ik was gastheer voor John met vrouw en kind. Deze dochter (±6 jaar) van wie ik me de naam niet herinner, liep de hele dag met een walkman aan de oren. Toen ik vroeg of ik ook eens mocht luisteren, bleek zij muziek van Andrew Loyd Webber op te hebben staan: “Cats”. Ik kende deze musical toen nog niet, maar het bleek schitterende muziek te zijn waarvan ik vroeg of laat zeker enkele nummers aan de Discanters zou willen voorschotelen. . .
We organiseerden voor de AYS op 27 juni een overigens uiterst geslaagd concert in de Sint- Walburgakerk. Discantus zong als afsluiter samen met hen het bekende “Le temps de vivre” van G. Moustaki evenals “A la claire fontaine”. Ook de opluistering van de mis in de kerk van Kristus Koning op 28 juni was een succes. Er ontstonden tijdens die julidagen niet alleen hele mooie vriendschappen maar ook werden de zaadjes van twee belangrijke gebeurtenissen voor Discantus geplant: later hier meer over.
Voor het derde koor dat we dat jaar ontvingen, het “Jysk Akademisk Kor” uit Denemarken, organiseerden we op 21 oktober een gesmaakt optreden in de kerk te Sint-Andries.
De drukte hield aan: op 11 november verzorgde Discantus de mis van Allerheiligen in de kerk van Kristus Koning, op 13 november werd een diner-concert in de Normaalschool te Brugge opgeluisterd, op 17 december zongen we in de kapel van de Sint-Lucaskliniek te Assebroek, waarbij de mis intern werd uitgezonden naar alle kamers, en op 18 december tenslotte organiseerden we ons tweede Kerstconcert in de kerk van Nieuwmunster. Een kort maar duidend artikeltje in het Brugsch Handelsblad van 24 december ’87 schets de reacties van het publiek:
“Kleine landelijke gemeenten krijgen slechts zelden de gelegenheid met kwalitatief hoogstaande kulturele manifestaties uit te pakken. In het grote aanbod (...) was het optreden van het Trio Ter Duinen samen met het Jeugdkoor Discantus in het stemmig landelijke kerkje (...) daarom ook markant. Het koor geleid door Luc Goethals en de musici Carien Verhenneman, Patrick Beuckels, Luc Schaeverbeke aangevuld met Piet Stryckers (resp. klavecimbel, traverso, tenor en viola da gamba) vertolkten een sfeervol en afwisselend programma terwijl het publiek (een volle kerk) warm reageerde (...)°
In het totaal werkten we dat jaar dus zeven optredens af. Het koor was klaar voor...
8. De grote sprong voorwaarts.
Eind 1987 waren wij bovenop de zeer drukke agenda van het koor ook zeer hard bezig met de voorbereidingen van ons “Jaarlijks Koorconcert” dat op 7 februari 1988 in de Stadsschouwburg zou plaatsvinden. Twee ogenschijnlijk volledig van elkaar losstaande persoonlijke ervaringen zouden dit concert en daardoor ook onrechtstreeks de geschiedenis van Discantus, zeer sterk beïnvloeden.
Herinner je je het verhaal van de dochter van de dirigent van de “The Amabile Youth Singers”? Die liep dus hele dagen met “Cats” aan haar oren. Van John kreeg ik in augustus vanuit Canada een originele partituur van deze musical toegestuurd met een medley in een arrangement voor jeugdkoor. We waren er in september onmiddellijk aan begonnen en allen waren laaiend enthousiast. Prachtige muziek, compleet anders dan wat we tot nu toe hadden gezongen en vernieuwend tot en met voor wat betreft het wereldje van de jeugdkoren in Vlaanderen. We hoopten dan ook om dit werk op ons jaarlijks concert uit te kunnen voeren. Om dit te kunnen drong zich echter een professionele begeleiding op. . .
Daarnaast nam mijn persoonlijk leven het jaar daarvoor een belangrijk keerpunt dat later een omwenteling zou blijken te zijn. Op 18 maart ‘87 was namelijk het trio CD-Live boven dedoopvond gehouden. Deze concertgroep met, naast mezelf, ook Jan Huylebroeck (synths) en Charles Van Houtte (digital drum) specialiseerde zich in optredens met synthesizers en computers. We traden als vaste Jeugd en Muziek-groep veel op voor jongeren, maar ambieerden ook avondconcerten. Het “Jaarlijks Koorconcert” van Discantus zou in samenwerking met CD-Live gebeuren.
En deze samenwerking verliep dermate vlekkeloos dat het eindresultaat een grandioos succes werd. Het programma dat we voor een overigens uitverkochte Stadsschouwburg brachten, oogde dan ook niet mis. Het eerste deel was opgezet als een “klassiek” optreden waarbij de koorleden (in stijlvol uniform) op de “gebruikelijke” wijze optraden met werk van o.a. M. Praetorius, H. Purcell en H. Roelstrate.
Het tweede deel was helemaal voor rekening van CD-Live en werd uitgesplitst in twee subdelen. Eerst een optreden van Jan Huylebroeck als solist in een erg eigenzinnige adaptatie van M. Moussorgsky’s bekende “Schilderijententoonstelling” en nadien het Trio met eigen werk.
In het derde deel maakte Discantus een in die tijd gedurfde transformatie door. De koorleden kwamen op in jeans en losse veelkleurige T-shirts om begeleid door CD-Live een wervelende show te presenteren: de uitvoering van de eerder vermeldde medley uit “Cats” van A.L. Webber. De zaal reageerde met een overdonderend enthousiasme en een staande ovatie. De recensies logen er niet om.
“Discantus en CD-Live: enthousiasme op niveau” (...) het eerste wat bij het koor opviel was de levendigheid én het enthousiasme van de jonge koorleden: hier geen stijf akademisch koorzingen, wel een muziekbeleven waarvan de musiceervreugde afstraalde, ook in ingetogen werk (...) en (...) die de feilloze muziekuitvoering optilden tot de sfeer van de échte musical (...) waarmee we willen zeggen dat de zangertjes en CD-Live het peil haalden dat we van de Londense podiums gewoon zijn. (Brugsch Handelsblad)
“Jeugdkoor Discantus haalt breed volume” (...) Ik was erg onder de indruk van de spontane kwaliteit van de frazering en het brede volume dat dit jeugdkoor blijkbaar moeiteloos ontwikkelde. De fragmenten “Jellicle Cats”, “Mr. Mistoffelees”, “Macavity the mystery Cat” en “Shimbleshanks: the railway Cat” getuigden van een zeer hoog niveau en dirigent Luc Goethals mag terecht trots zijn op de boeiende en vaak ontroerend zuivere prestatie van zijn jeugdkoor (...) (Nieuwsblad van 9 februari).
Het optreden had blijkbaar vele harten beroerd, want we kregen kort daarop een voorstel om deze formule nog eens over te doen maar dan tijdens de zomervakantie. Het zou een optreden in openlucht worden op de binnenkoer van de Halletoren. De vraag doorkruiste wel ei zo na onze grootse plannen: een tweede buitenlandse reis naar London, nee niet Engeland maar wel London Ontario, in Canada!
De voorbereiding op deze gedurfde eerste intercontinentale reis nam heel wat energie en tijd in beslag. Het bestuur vergaderde wekelijks en er werd een organisator gezocht en gevonden (reisagentschap Wasteels). De plannen kregen meer en meer vorm en we vonden ook een (lekkere) financiële oplossing om de kas te spijzen zodat iedereen mee op reis zou kunnen gaan. Niet alleen was het concert in de Stadsschouwburg financieel erg lucratief geweest, maar ook de eerste Discantus-koekenverkoop die door mevrouw De Poot werd georganiseerd, was een enorm succes. Zij wist namelijk via-via van een Izegemse grootbakker die lekkere confituur- en frangipane taart kon leveren. De garage van Josephine bleek te klein voor de overvloed aan dozen: de bankrekening van onze vereniging werd aardig gespekt.
Vooraleer af te reizen, hadden we nog een optreden in het Stadhuis te Damme waar we de jaarlijkse uitreiking van de Jacob van Maerlantprijs opluisterden (28 mei), maar uiteindelijk zagen we op maandag 11 juli (nota bene de verjaardag van de koormeter) om 14:20 uur met vlucht NX300 de Belgische bodem onder ons wegzakken en vlogen we met een hart vol muziek de westelijke einder tegemoet.
Wat een avontuur! Onvergetelijke indrukken! Schitterende emoties! Stel je even voor: amper 5 jaar voordien zongen we ons eerste concert in de Orgelzaal van het Conservatorium terwijl we nu met 40 koorleden tienduizend meter boven de oceaan hingen!
Om 16:00 uur plaatselijke tijd lag Mirabel Airport (Montreal) onder ons te blinken. We werden er na de landing opgewacht door een verantwoordelijke van Trans Pacific Tours (TPT) die ons naar het Ramada Inn Downtown Hotel (Nu Days Inn geworden) begeleidde.
De tweede dag leerden we na de check-out de buschauffeur kennen die ons tot London zou rijden. Hij verzorgde een sightseeing tour door Vieux-Montreal en een trip naar de Mount Royal. Na een lunch in “Le Fripon” reden we naar Ottawa om er in de Venture Inn te overnachten.
Op dag 3 bezochten we Ottawa met o.a. het Parlement en reden we langs de oevers van Lake Ontario naar Kingston waar we met uitzicht op het meer lunchten in de Holiday Inn. Nadien reden we via Oshawa en Toronto verder naar Niagara Falls om er omstreeks 17:00 uur aan het Park Hotel (nu Comfort Inn) aan te komen.
Die avond hadden we dinner op de Minolta Tower. Allen de lift in om hoog boven alles uit met zicht op de “Falls” in een traag ronddraaiend restaurant volgende zaken achter de kiezen te slaan: “Soup of the day”, “Chef’s Salad”, “Choice of Steak, Fish or Chicken”, “Dessert”, “Coffee/tea”. Ik koos voor de kip en wat kwam er voor mijn neus te staan? Het léék een bord met sla, een kippenbil en gebakken aardappeltjes. Het bléék een bord met sla, gemalen kip in een kippenbilvorm geperst en aardappelpuree in de vorm van aardappelen geperst. Gelukkig was mijn sla echt en niet geperst.
Op dag 4 hadden we ‘s morgens vrij om de Niagara Falls te bezoeken en die zijn echt wel impressionant. In de namiddag vertrokken we dan met de bus naar London, maar eerst maakten we nog “a tour” langs Table Rock, de Floral Clock en de Whirlpool Rapide.
Omstreeks 14:30 kwamen we na meer dan 200 kilometer rijden op onze bestemming te London aan: de kerk op de hoek van de Colborni Street met de Piccadily Street (!). Daar stonden de gastouders ons reeds op te wachten.
Na het toewijzen aan de verschillende gastgezinnen reden we dezelfde dag nog maar eens 60 kilometer naar Stratford (not-on-Avon) om er in het Festival Theatre de live-uitvoering van “My Fair Lady” bij te wonen. Eerlijk gezegd kon ik er met moeite mijn ogen open houden en dit had echt helemaal niets met de kwaliteit van de uitvoering te maken: ik was gewoon afgemat. Als je het schema van die dag doorneemt, zie je inderdaad dat de terugkomst in London (Colborne St. United Church) voorzien was om... 24 uur. Snap je?
Op dag 5 (vrijdag 15 juli) hadden we van 14:00 tot 17:00 uur repetitie in de kerk, waarna we met de bus naar Delhi trokken om er in de Belgian Hall ons eerste concert te geven. De accomodatie was niet direct je dat, maar de warmte van de ontvangst en de reacties op ons optreden waren schitterend. Niet verwonderlijk als je weet dat heel wat toehoorders uit het publiek hun roots in België hadden. Er leven in Delhi nog steeds veel gezinnen met Belgische roots. “Thuiskomst” omstreeks 23:00 uur...
Op dag 6 hadden we in de namiddag tussen 14:00 en 17:00 uur een generale repetitie voor het grote optreden van die avond. Dit concert dat doorging voor een publiek van kenners, werd opnieuw een succes. Getuige hiervan een artikel uit een lokaal dagblad van 18 juli:
“Belgian choir shines in reunion concert”. (...) a delightful program in Colborne Street United Church (...) Singing with a straight, white tone entirely from memory, often unaccompanied and in 11 different languages, the ensemble showed both good dicipline and great spirit (...) The London Gree Press
De dag nadien - een zondag - was voorbehouden om met de gastfamilies de stad en streek te ontdekken. Sommigen gingen zwemmen, anderen bezochten een Shopping Mall (immens!) kortom er werd verbroederd en verzusterd en er werd Canadese sfeer gesnoven.
De laatste dag te London werd gebruikt om het concert dat we bij thuiskomst in de Halletoren moesten verzorgen, voor te bereiden en op dag 8 vertrokken we omstreeks 08:00 uur - vele warme traantjes (en gebroken hartjes?) achterlatend - terug naar Montreal. Daar kwamen we omstreeks 18:00 uur aan om er in hetzelfde hotel als op de eerste dag (Ramada Inn) te overnachten. Die avond wandelden we in groep naar het daar zeer bekende “Chez la Mère Tucker” om er de reis in schoonheid af te sluiten met een echt “dinner”. De volgende morgen verlieten we Canada met een hart vol prachtige herinneringen en een “bagage” die een veel grotere rijkdom bevatte dan hemden en rokken.
Ter afsluiting nog 1 van de talrijke anekdoten die deze reis in het collectief koorgeheugen achterliet.
Tijdens een moment van relatieve rust in de lobby van het Ramada hotel te Montreal, werd ik mij bewust van een enerverend belsignaal. Mijn oren en intuïtie volgend, kwam ik bij de lift uit: er waren blijkbaar problemen. Ik klopte op de liftdeur en hoorde gedempte stemmen die om hulp riepen. Het bleek een groep van “de onze” te zijn: ze zaten vast. Ik stelde hen gerust en verzekerde hen dat ik een verantwoordelijke zou verwittigen. De man van de check-in liet kribbig verstaan dat hij het nodige zou doen. Toen er na een kwartier nog niets leek te gebeuren, drong ik aan. Hij blafte me toe dat ze het maar moesten weten, dat ze blijkbaar met veel te veel in de lift waren gestapt en dat hij niet van plan was om zich in het zweet te werken. Het duurde meer dan een half uur voor de Discantussers werden bevrijd. Ze zaten wel degelijk met veel te veel in de krappe ruimte.
Amper twee dagen na onze thuiskomst uit Canada, hadden we (op 23 juli) reeds een optreden. We brachten met groot succes op de binnenplaats van het Belfort een afgeslankte versie van het concert van 7 februari (medley uit “Cats” in samenwerking met CD-Live).
De koorreis naar Canada kreeg een positieve evaluatie. Het bestuur bleek in staat om moeilijke organisatorische opdrachten tot een goed einde te brengen. Het groepsgevoel in het koor was nooit sterker geweest en de kwaliteit van de optredens verhoogde bij elke uitvoering. Tenslotte was de uitstraling van Discantus onmiskenbaar vergroot: we werden dan ook steeds bekender en dus meer en meer gevraagd. Het nieuwe schooljaar werd op 3 september meteen ingezet met de opluistering van de huwelijksmis van een zus van een koorlid in ‘t Schuurke te Sint-Kruis en op 27 oktober werkten we mee aan het Provinciaal Koortreffen in De Panne.
9. Staande ovatie en bis-geroep.
Discantus leek zich op 6 jaar tijd overtuigend op de koorkaart te hebben geplaatst maar of we het aan dit tempo en op dit niveau konden blijven uithouden was niet meteen duidelijk. Het koor slorpte al mijn vrije tijd op en vroeg steeds meer inzet van iedereen. De mogelijkheden tot verdere ontplooiing en uitgroeien waren aanwezig. Echter; het jeugdig enthousiasme zou tegelijkertijd de sterkte en de zwakte van de groep vormen: er was voortdurend vernieuwing zodat rust en bezinning moeilijk deel konden krijgen. Een koor dat zijn beste krachten letterlijk ziet afscheid nemen op het hoogtepunt van hun kunnen, bloedt. Vers bloed moest steeds sneller meedraaien in een steeds sterker repertoire. Voorlopig maakte ik mij hierin echter geen zorgen.
De volgende twee schooljaren (88/89 en 89/90) werden vooral gebruikt om een en ander te consolideren. We hadden op 3 maart ‘89 een optreden in het Psychiatrisch instituut Sint Amandus te Beernem, ontvingen een paar weken later (van 21 tot 23 maart) het Amerikaans koor de “Rye Country Day School Chamber Singers” waarvoor we in de Ryelandtzaal op 22 maart een concert organiseerden en zongen op 20 mei van datzelfde jaar tijdens een Lentefeest in de Stadsschouwburg te Brugge.
Discantus werd ook gevraagd om op 23 september ‘89 het “Staines Memorial Gala Dinner” van Jaycees België op te luisteren. Hiervoor schreef ik een gelegenheidscompositie. Het memorabele optreden in het Boudewijnpark zou de weg openen naar onze eerste CD.
... toen we opkwamen, zat de grote Ober Bayernzaal stampvol tafelende mensen, ik denk dat ze net aan het dessert toe waren. Wij stonden er in klassieke outfit. Eerst werden er een aantal personen van JCI gelauwerd waarna wij zouden afsluiten met de nieuwe Jaycees-song. Er was, hoe kon het anders, na de lange toespraken nogal wat geroezemoes. De eerste tonen weerklonken a-capella en op “A” (zonder tekst dus). Het werk vervolgt dan met een eenvoudige kabbelende pianobegeleiding. Het werd stiller in de zaal. Bij de aanhef van de slagzin: “Jaycees are making it happen” werd het muisstil in de zaal. De aanzwellende muziek die uiteindelijk uitbarst in een jubelend vierstemmig repetitief spervuur van deze slogan en afsluit met een krachtige unisono “Jaycees!”, hypnotiseerde de toehoorders. Ze rezen in golven uit hun stoelen op om met een staande ovatie en onophoudelijk bis- geroep hun enthousiasme te uiten. Het applaus bleef maar duren zodat we ons verplicht zagen het werk nogmaals te brengen...
Op 22 december ‘89 organiseerden we een Kerstconcert in de stemmige Potteriekerk te Brugge. Dit concert was voor mij hèt bewijs van Discantus’ kunnen. We brachten er - samen met het Trio Ter Duinen - een ijzersterk programma met o.a. “Wie der Hirsh schreiet” van H. Distler en het “Adventi enek” van Z. Kodaly.
De rest van het schooljaar werd gebruikt om ons op het “Jaarlijks Koorconcert” voor te bereiden dat op 13 mei ’90 in de Stadsschouwburg zou doorgaan. Het werd een matinee- concert in samenwerking met de orkestklas van het Stedelijk Conservatorium. Dit orkest stond onder leiding van Dirk Lippens. Het werd met andere worden onze eerste ervaring met een symfonisch orkest.
Het verslag van de bestuursvergadering van 28 december ‘89 meldt het volgende:
(...) aanwezigen: voorzitster mevr. De Poot-Allosery, penningmeester mevr. Kindt-Decraene, secretaris dhr. Dochy, dirigent dhr. Goethals en voor de orkestklas dhr. D. Lippens en juff. M. De Keyser. (...) Contacten en procedures: de heer Goethals licht de heer Directeur Carron in - nadien richt J.D. in naam van de inrichters een schrijven aan College v. Burg. en Schepenen om: vrij gebruik van de schouwburg, logistieke voorzieningen zoals akoestische wand, extra podium, concertpiano, geluidsversterking (...) Kledij: eerste deel : (klassiek) : J.D. : uniform, orkest: wit hemd (bloes) - open kraag (...) tweede deel (modern) : losse kledij voor beide groepen (...) de vergadering eindigt om 21.45 uur (...).
Het concert werd ook in de pers aangekondigd in een artikel van een halve pagina met als titel: “jeugdkoor Discantus is Brugs buitenbeentje”. Dit artikel eindigt als volgt: “(...) Misschien is de eerstvolgende stap een concert samen met een rock-groep?” (...)”
Uit het programma van 13-05-90:
Deel 1 Discantus zingt alleen (ondertitel: Lente en liefde) met o.a. “Bonjour mon coeur” van Orlando di Lasso en “No though I shrink still” van Thomas Weelkens.
Deel 2 Het orkest speelt alleen met o.a. “Concerto voor viool en orkest op 35” van Rieding en “Song for Technology” van Luc Goethals.
Deel 3 Discantus zingt begeleid door het orkest met o.a. “The turtle dove” van R.Vaughan Williams, “Make it Happen” en het “Koorlied”.
Uiteindelijk werd ook dit optreden een groot succes en dit niet alleen door de grote opkomst en de kwaliteit van de uitvoering, maar ook op financieel gebied: we hielden er na aftrek van de kosten (o.a. uitbetaling van het orkest) meer dan 42000 bef (± 1040 euro) aan over. Dit geld hadden we samen met dat van een nieuwe koekenaktie die 80000 bef (± 2000 euro) opbracht, broodnodig want... Discantus zou tijdens de komende zomer naar het nec-plus-ultra voor musici trekken: het Oostenrijkse Salzburg!
10. Een derde buitenlandse reis en een eigen CD.
Herinneringen! Het zou twee jaar later (maar dat wist ik toen nog niet) het eerste lied uit onze musical worden. Herinneringen maken het leven, ze zijn ons mentaal pensioen. Discantus is in die zin een stuk pensioensparen geweest waarvan ik nu reeds geniet.
De herinnering aan die derde buitenlandreis blijft ook na jaren overeind. Ik had de reis tijdens de paasvakantie persoonlijk voorbereid en was dus reeds naar Oostenrijk getrokken.
Het reisbureau Wasteels deed de rest. De memorabilia die voor me op mijn bureau liggen, doe ik nooit weg.
- een folder van het stadje Golling (Da schmeckt das Leben!) waar we op zaterdag 14 juli ’90 omstreeks 21.00 uur toekwamen om er na het diner in het Torrenerhof de nacht in het hotel “Gasthof Schwarzer Adler” door te brengen.
- mijn ticketje van ons bezoek aan de “EisenriesenWelt” op dag twee: ik zie beelden van de voettocht naar de hoog gelegen toegang en van de ver- en bewondering van de gids toen we tot grote verrassingen van de omstanders gebruik maakten van de prachtige akoestiek om een mini-concert te geven.
- de foto die Ann nam terwijl ik de spontaan gevormde kring dirigeer in het mausoleum van Wolf-Dietrich op het kerkhof van de Sebastiaanskerk tijdens ons bezoek aan Salzburg tijdens dag drie (ik was er in de zomer van 2007 opnieuw en vond de ingang afgesloten...).
- een kredietkaartbewijsje van betaling voor 101,80 DM in het Hotel Zur Post te Schwangau waar we overnachtten (we reisden via Mittenwald waar we de vioolbouwers bezig zagen).
- een “Quittung” van 54 DM voor de toegang van Schloss Neuschwanstein waar we in de tunnel naar de uitgang spontaan een concert gaven.
- een foto van de voltallige groep voor “Wahnfried”, het woonhuis van Richard Wagner te Bayreuth op dag zes.
- een folder van Waischenfeld: we zongen er in de eetzaal van ons laatste hotel een heel programma bijeen.
Was het een succesreis? Ja: we werden nog meer een echte hechte groep, we bezochten schitterende locaties waar we in de muziek doken (Mozart, vioolbouw, Wagner). Was het een concertreis? Nee: we zongen geen officiële concerten, maar we zongen wel op de meest ongebruikelijke plaatsen waarbij we steeds een hoop volk bij elkaar kregen met veel en warm applaus. En uiteindelijk kreeg onze koorklank een heerlijke spontaniteit en een homogene “patine”.
De eerste maanden van het nieuwe schooljaar 90/91 werden gebruikt om ons repertoire verder uit te bouwen. Zo kwamen er een aantal nieuwe kerstliederen bij - want we hadden een contract om op 22 december ’90 een Kerstconcert te verzorgen in de kerk te Aartrijke - en werden er nieuwe stukken aangeleerd voor de medewerking aan het “Concert van Koren en Orkest” van het Stedelijk Conservatorium op 12 mei ’91 in de Stadsschouwburg.
Het belangrijkste gebeuren dat jaar was echter de realisatie van een eigen CD getiteld “Make it Happen” die op vraag en met ondersteuning van Jaycees - dit naar aanleiding van ons fel gesmaakt optreden van 23 september ’89 - op 26 mei ’91 samen met het Orkest van het Conservatorium en het trio CD-Live werd opgenomen in de studio van de BRT-radio West- Vlaanderen. De CD werd op 28 juni officieel voorgesteld.
Het onvergetelijke schooljaar 91/92 dat begon met de medewerking aan Open Monumentendag (optreden in de Sint-Jakobskerk op 13 september ’91) zou tal van verrassingen in petto hebben. Dit kwam als volgt.
Ik verkocht in die tijd - via mijn eigen zaak (BitMusiC) - muzieksoftware en verzorgde daarbij ook de nodige softwareondersteuning. Rudy (Rudolf) Werthen was een klant van mij. Bij een opleidingssessie “ten huize van...” hoorde ik toevallig een telefoongesprek waarbij een koor afzegde voor de opname van een Kerst-CD. Ik stelde voor om Discantus te laten inspringen. Rudy - die niet wist dat ik een koor had - was blij met deze oplossing en stemde onmiddellijk toe. Het orkest I Fiamminghi o.l.v. Rudolf Werthen had in de tijd een ijzersterke reputatie, meer nog, het was wereldbekend. Dit was voor ons een buitenkans zonder weerga!
De opname had plaats op 7 oktober ’91 in het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent. Deze CD - gesponsord door VTM - met o.a. een eigen bewerking voor strijkorkest en koor van “Cold Winters Night” van P. Thwaites, bewijst dat onze bijdrage helemaal niet moest onderdoen voor de andere koren.
Een maand later (26 november) kwam er een dringende fax binnen met de vraag of Discantus wou meewerken aan de opnames van “Walters Verjaardagsschow” te Vilvoorde. Opname op 28 november (dus twee dagen later!). Hebben we gedaan. Uitzending op 22 december.
En alsof dit nog niet genoeg was, volgde er uit de samenwerking met I Fiamminghi bijna als vanzelfsprekend een gezamenlijk Kerstconcert. Dit ging door in de Sint Walburgakerk te Brugge op 11 december ’91. De kerk zat eivol, de uitvoering was schitterend en Discantus had weer eens een enorme stap vooruit gezet in zijn erkenning als volwaardig jeugdkoor.
We sloten het schooljaar af op 22 maart 92 met de ondersteuning van een concert in de Stadsschouwburg. Het werd een samenwerking met het Orkest van het Conservatorium en de klassen samenzang. Ik dirigeerde er de “Münchhausen Kantate” van G. Kretzschmar.
Tussen al die drukke optredens door werkte ik samen met Désirée (de dochter van de voorzitster) in stilte aan een zeer uitzonderlijk project... want Discantus zou in september 10 jaar worden en dat wilden we groots vieren!
11. Een gloednieuwe musical in eigen productie.
Voor de ontwikkeling van het project citeer ik hier regelmatig uit het programmaboekje.
De eerste formele melding van “Hou me stevig vast” (HMSV) gebeurde reeds tijdens de bestuursvergadering van 20 mei ’91, maar er zou nog heel wat water door de reien lopen voor we op 24 oktober ’93 onze première beleefden. Oorspronkelijk was het zelfs de bedoeling om de uitvoering in september ’92 te laten doorgaan. Later werd dit - gezien het drukke 1992 - een jaar verdaagd.
“De kiem van de muziek die doorheen de teksten van Désiree De Poot werd geweven, ontstond in december 1984. Toen kreeg ik van haar het gedicht “Herinneringen” in handen. (Ik schreef er een melodie en pianobegeleiding op. Deze compositie dong ten andere ooit mee in een zangwedstrijd van Will Ferdy...).
Bijna zeven jaar later werd gezocht naar een passend gegeven voor het tienjarig bestaan van Discantus. De beslissing tot het schrijven van een gelegenheidsmusical was wel snel genomen, maar het onderwerp gaf ons kopzorgen. Ongeveer in dezelfde periode (’91) hielp ik aan het uittikken van het eindwerk “Sterven bij jongeren” van Désiree De Poot (dochter van de voorzitster en kinderpsychologe) en nam aldus (zonder het te beseffen) de draad van het lied “Herinneringen” weer op. (...).
In een zeer gewaardeerde samenwerking met de tekstschrijfster ontstonden één na één de afzonderlijke delen. Dit gebeurde niet meteen en ook helemaal niet in dezelfde volgorde als die waarin ze in “Hou Me Stevig vast...” werden opgenomen. Lange gesprekken, waarbij vooral werd stilgestaan bij het feit dat we tegelijkertijd kinderen, jongeren en volwassen gingen aanspreken, waarin we de grote lijnen van het “verhaal” schetsten en waarin ons bewustzijn van de “taboe-sfeer” en het fragiele rond de dood ons tot dubbele voorzichtigheid noodzaakte, deden vele teksten ontstaan. (...) Zo was het eerste gedicht dat ik in handen kreeg “Woede”. Het werd net als “Herinneringen” in één geut op muziek gezet. Het is een typisch voorbeeld van de ongelooflijke wijze waarop Désiree in enkele zinnen de polariteit kracht-tederheid kan neerzetten. Je ondergaat tegelijkertijd haat en liefde, woede en overgave, dood en leven. En het slotgevoel is er een van bewustvolle berusting (vergelijk “herinneringen”). Terwijl ik aan het schrijven was (c mineur voor de woede omdat deze toonaard een kracht uitstraalt) en bij de woorden “weg van jou” kwam, zong het in mij as - g - es en vormden mijn vingers na “van me houdt” even onweerstaanbaar het akkoord g-as-c-es. Daar was “Herinneringen” terug, maar ik was het me niet bewust...
(...) Soms kwamen er gedurende weken geen teksten omdat we “de weg hadden verloren” of omdat we “geen tijd” hadden, maar telkens we samen kwamen kreeg ik de dag of zo erop een tekst, recht in de roos en was het mij onmogelijk er geen muziek op te zetten. Telkens opnieuw zoog het kernakkoord of de “Hou me (stevig) vast” melodie zichzelf op de juiste plaats. Weg van jou betekent eigenlijk “neem me - asjeblief stevig - vast”, vandaar dat dezelfde kiem ook terugkomt in het slotdeel, maar dan volledig uitgewerkt tot een hoofdmelodie. (...)
Een tweede, veel minder geladen en minder gelaten melodie, ontstond (...) bij het schrijven van de “Geboorte” of de opening (ouverture). Alles op aarde komt vanuit het (n)iets, het heelal. (...) Elk mensenkind ontstaat als in een flits, nadien is er groei van het ik naar het allen. Dit is te horen in de rust van de “Geboorte”- melodie: g-es-bes-f, g-es-bes-f, es-es-d-f-es-bes-g-g-f-bes-g-f- es. De melodie zwemt uit en wordt verstrengeld opgenomen in het totaal van wervelende klanken die zon en licht symboliseren tot ze uitdeint en het verhaal van dat ene mensenkind begint.
Verklaring bij de “opdracht” van de muziek van “Hou Me Stevig Vast” aan Z.M. Koning Boudewijn:
De afwerking van de musical gebeurde in de week dat Z.M. Koning Boudewijn stierf. Ik moest niet nadenken toen ik het nieuws op de radio hoorde en wel hierom. In april 1989 had ik de eer om voor de opening van Flanders Technology te Gent een compositie te schrijven die het samengaan
van mens en machine zou symboliseren. Het werd een kort concertino voor piano (live gebracht door Jan Huylebroeck) en computergestuurd synthesizer-orkest.
Koning Boudewijn, die op de première aanwezig was, vereerde ons na de uitvoering geheel onverwacht met een audiëntie. Hij stapte (tot verbazing van velen en ogenschijnlijk tegen de lijn van het voorziene protocol in) op ons af. De inhoud van de gerichte vragen, de oprechtheid van zijn ver- en bewondering, de warme menselijkheid, hartelijke interesse en luisterbereidheid van de Koning hadden toen een overweldigende indruk op mij.
Samen met zijn liefde voor de kinderen en jongeren, zeker zij die lijden, had Koning Boudewijn een enorme aandacht voor de techniek van de computer en digitale instrumenten die werden gebruikt, dezelfde die ik ter beschikking had om de musical op papier te zetten en weer hoorbaar te maken. Jan en ik hadden het genoegen lange tijd met hem te praten en toen de Koning weg stapte leek het mij alsof hij liever bij ons had blijven staan, maar dat kan ook “wishfull thinking” zijn geweest...
Luc Goethals, zaterdag 7 augustus 1993
Herinneringen” (...) werd pas na het schrijven van het voorlaatste stuk aan de musical toegevoegd. Ik had maanden gewerkt en het achtste nummer reeds volledig uitgeschreven, toen ik bij het geven van uitleg die hoort bij het aanleren aan Discantus, zelf plots de betekenis van het basisakkoord van “Hou Me Stevig vast” begreep en het “herkende”. Een telefoontje naar Désiree was voldoende om te beslissen het lied in te passen. We beseften toen niet dat het eigenlijk omgekeerd was, dat we de rest van de musical rond het lied “Herinneringen” legden als armen rond een kind dat vraagt om stevig vast gehouden te worden.
(...) kan het voorlaatste deel, de “Aanvaarding”, nog wat uitleg verdragen. Hierin komen alle thema’s van de andere delen soms kort, soms gevarieerd terug, telkens gevolgd door het hoofdthema in het refrein. Samen met de tekst die een overzicht geeft van alle fasen van het stervensproces, overzien we ook muzikaal wat achter ons ligt. Het is als een omgekeerde ouverture (...)” (einde citaten).
Het schooljaar 92/93 stond volledig in het teken van de uitwerking en het aanleren van de gigantische opdracht die het brengen van een musical is. Het instuderen werd slechts kort onderbroken voor een optreden in de Ryelandzaal tijdens de Open Deurdag van het Stedelijk Conservatorium op 04 juni ’93.
Vanaf maart ’93 werd er ook maandelijks vergaderd. Zo kreeg de organisatie steeds meer vorm: regisseur T. Willems en decorbouwer F. Boudens werden aangetrokken, de keuze rond de orkestratie (J. Huylebroeck) en uitvoerende muzikanten viel op het vertrouwde CD-Live, als soliste (rol van de moeder) werd uiteindelijk J. Gheyle aangesproken en O. Geerolf zou de dansscène (Karnaval) uitwerken en aanleren.
Vanaf eind augustus mochten we voor de repetities gebruik maken van het parochiaal Centrum van Sint-Kristoffel te Assebroek. Dit was nodig omdat de repetities met decor - in opbouw - niet in het Conservatorium konden doorgaan.
De Première van “Hou me stevig vast” viel op zondag 24 oktober 1993 met twee uitvoeringen op èèn dag: om 15:00 uur voor Brugse schooljongeren en om 20:00 uur de Galavoorstelling ten voordele van Palliatieve Zorg Brugge.
Het werd een ongelooflijk succes. Ik krijg er nu nog kippevel van: die stilte na de laatste noot - angst dat de zaal het niet goed vond - en dan een schuchter handgeklap dat aanzwol tot een oorverdovend applaus dat maar bleef duren en duren. Veel jongeren én ouderen waren er ondersteboven van. Onder alle dankbriefjes koester ik er eentje van een tante die ondertussen al jaren is gestorven en die toen reeds in alle stilte wist dat ze ongeneeslijk ziek was. Dit briefje vat perfect de gevoelens samen die veel mensen mij nadien probeerden te omschrijven:
Het was voor ons een belevenis van vreugde en ook een tikje verdriet. Je kan het gevoel niet uitleggen (...) het gaat door gans je lichaam”
Discantus stond aan het toppunt van zijn kunnen. Het project bracht genoeg op om een cheque van 75.000 BEF (± 1860 euro) te kunnen overhandigen aan dr. Mullie, de vertegenwoordiger van Palliatieve Zorg Thuis.
Het euforische gevoel bleef hangen. We kregen vanwege de “Vereniging voor Kankerbestrijding” de vraag binnen om de musical ook in andere provinciesteden te brengen.
Ondertussen verzorgden we ook op 12 november ’93 nog een concert voor Palliatieve Zorg in het rusthuis Minnewater en zongen we op 22 december van datzelfde jaar in het Boudewijnpark te Sint-Michiels een Kerstconcert voor de Universiteit van de derde leeftijd.
Het scheen niet stuk te kunnen: “Hou me stevig vast” werd in de loop van het volgende jaar nog drie maal uitgevoerd: op 24 april ’94 in de zaal van het Psychiatrisch Instituut St. Amandus (Beernem), op 29 mei ’94 in het Cultureel Centrum van Dilbeek en op 07 oktober ’94 in het Cultureel Centrum van Hasselt (met M. Meersman als vader omdat mvr. Gheyle verhinderd was). Deze laatste opvoering werd echter een flop: er waren amper een vijftiental mensen in de zaal en alsof dit nog niet genoeg was, zagen we ons na afloop verplicht om het 250000 BEF (±6200 euro) kostend decor in de vuilnisbak achter te laten: het viel letterlijk uiteen. Metafoor voor de toekomst van Discantus? In zekere zin jammer genoeg wel...
12. Het gaat moeilijker.
Eerst en vooral was er een schrijven van mevrouw J. De Poot van 19 september ‘94 aan alle koorleden waarin ze samen met de aankondiging van de laatste uitvoering van HMSV te Hasselt, haar ontslag als voorzitster aankondigde. Het bestuur viel uit elkaar...
Ten tweede had ik nagelaten voor de hoogstnoodzakelijke instroom te zorgen: nieuwe koorleden konden tijdens de schooljaren 92/93 en 93/94 moeilijk instappen. Dit kwam door het project HMSV én omdat de drempel in de voorbije jaren enorm hoog was geworden: een “beginneling” had een groot en moeilijk repertoire aan te leren en moest in een hechte sociale groep “inbreken”.
Ten derde haakten na het concert van oktober ’94 een groot aantal leden af. Ze hadden de leeftijdsgrens van 18 jaar ruim overschreden (bleven het koor trouw tot de laatste uitvoering van HMSV), maar hadden nu hogere studies voor de boeg en konden die niet met het koor combineren. Discantus werd letterlijk gedecimeerd.
Wat in november 1994 overbleef, waren een koorleider met een stevige kater en een verweesde groep jongeren waaruit de gangmakers en technisch sterke “steuners” waren verdwenen. Elke dirigent van een schoolkoor ziet zich vroeg of laat geconfronteerd met deze problematiek. Na zes jaar zijn de oudsten weg en als je niet goed aan de instroom hebt gewerkt, mag je herbeginnen. De moed zonk mij in de schoenen. De rekrutering, die ik tot dan toe volledig voor eigen rekening nam, stokte. De vijver waaruit ik kon vissen, werd daarenboven zeer klein want vanaf 1990 was een nieuw decreet in voege gekomen waarbij alle leraars AMV het vak Samenzang mochten onderwijzen. Ook privé was veel gebeurd zodat de energie die nodig was om op hetzelfde elan door te gaan als in de voorbije jaren, ontbrak.
De inzet van wie overbleef bleef gelukkig heel groot, maar het aantal zangers te klein om echte “punch” te creëren. Discantus hinkte naar lichtpuntjes als dat van 23 april ’95 met een concert i.s.m. het Orkest van het Conservatorium (Stadsschouwburg) en een mini-optreden op 14 mei ’95 tijdens de Opendeur-dag van het Stedelijk Muziekconservatorium.
De nieuwe lichting koorleden van het schooljaar 96/97 trok ons uit het dal. Het aantal leden steeg weer boven de 20(!) uit en op 25 december ’96 verzorgden we een mooi Kerstoptreden in de Sint Willibrorduskerk te Sint- Andries. De kwaliteit van het programma evenals de respons van de toehoorders lieten een vertrouwd Discantus doorschemeren. Ik kreeg terug moed. Daarenboven liep er een aanvraag binnen om mee te werken aan een persoonlijk initiatief van een oud- koorlid. Dit project was “Dromen” (what’s in a name?) getiteld. Het resulteerde in drie concerten (op 02, 03 en 05 mei ’97) in het Sirkeltheater (Sint-Xaverius) te Brugge. We leken langzaam-aan terug op het goede spoor te komen.
Een bijkomende opkikker - die tevens refereerde naar het beginjaar van het koor - was de medewerking aan het examen van de klas Lyrische Kunst op 25 mei ’97 in de Stadsschouwburg te Brugge. We brachten er (voor de tweede keer in onze geschiedenis) de Schulmeister Kantate van G.F. Telemann en zongen en acteerden in het bekende “Consider yourself at home...” uit de musical “Oliver”.
Ten slotte kwam Arthur in hoogst eigen persoon voor het VTM-programma “Schuif Af” (met Ingeborg) een reportage maken over ons stemfenomeen Hanne Depoorter. Ze zong “Het Spookje” en Discantus zong “Verdriet”. Begon Discantus aan een nieuwe start? De volgende maanden schenen dit te bevestigen.
Het schooljaar daarop stond volledig in het kader van de samenwerking met het Jeugdorkest van het Stedelijk Conservatorium. We verzorgden samen met hen op 21 december ’97 een fel gesmaakt Kerstconcert in het Berkenhof te Assebroek en stonden daar opnieuw op zondag 17 mei ‘98 met op het programma o.a. een eigen compositie voor koor en orkest ter gelegenheid van de geboorte van mijn dochter Trees.
Daarenboven kwam er tegen het einde van het schooljaar een fax binnen met de vraag om mee te werken aan televisieopnames van “Ecoute ma musique” voor het Parijse productiehuis “Marathon”. Koorlid Bram Uten (kleinzoon van de stadsbeiaardier) paste wonderwel in de vraag naar een jonge (centrale) figuur
die zijn muziekinstrument (gitaar) wou voorstellen in het kader van een typisch Vlaams instrument (beiaard) en zijn vriendenkring (het koor). Ik maakte een arrangement voor koor en gitaar van “Al wie daar zegt de reus die komt”. Bram werd gedurende een dag met de camera gevolgd. Zijn komst naar een repetitie van Discantus (toen in de Ryelandtzaal), het samen zingen en spelen (gitaar + koor) van het Reuzelied (opname in klas 3 het Conservatorium) en zijn bestijging van de Halletoren om er dit lied op de beiaard te spelen, werden professioneel vastgelegd. Het productiehuis ving zo drie vliegen in een klap en wij werden een beetje beroemd via ARTE. Het werd een mooie aflevering waarvan de videotape jammer genoeg verloren is gegaan.
Ondanks deze opkikkers kwam de vertrouwde Discantus-dynamiek niet hèlemaal terug. Er was voorlopig geen sprake van een nieuw bestuur, het aantal koorleden bleef, ondanks persoonlijke en gerichte wervingsacties in de klassen, aan de lage kant.
In het schooljaar 98/99 was er slechts één enkel noemenswaardig optreden, namelijk dat van 9 mei ’99 op de Schoolhappening in de Dijk. Daar traden we op in een samenwerking met de klassen slagwerk van K. Van Zieleghem en het Saxchoir van H. De Praitere.
13. Een tweede adem, een tweede musical.
Zo struikelde Discantus de opeenvolgende schooljaren in en uit. Het vernieuwen van de groep lukte nooit goed. Was het een gewijzigde mentaliteit bij de jongeren, de nieuwe tijdsgeest en/of de inzet van de dirigent? Ik vermoed een combinatie van al deze factoren...
In die zin is het wetenswaardig dat ik ondertussen ook het koor van de Volwassenen (verplicht vak voor de leerlingen zang middelbare graad) had overgenomen. Hierdoor was de wekelijkse repetitietijd voor Discantus gehalveerd tot 1 uur en stak ik ook een pak tijd en energie in deze tweede opdracht.
In de loop van het schooljaar 00/01 kwam er een kentering. Ik liet de groep, die trouw naar de herhalingen kwam, een eerste stuk horen uit een... nieuwe, zelf geschreven, musical: “GEvangEN”. Het beviel hen onmiddellijk. Hierna lees je het verhaal achter deze compositie met opnieuw een aantal citaten uit het programmaboekje.
(...) kort na de creatie van "Hou me stevig vast" ('93), gaf Désirée mij een tekstontwerp voor een nieuwe jongerenmusical. Het verdween in een lade: een musical schrijven vraagt tijd, instuderen en uitvoeren nog veel meer en ik moest nog "bekomen" van de vorige.
Eind 1996 kwam het stapeltje - na een verhuis - als vanzelf op mijn bureau liggen. Het voelde zich daar thuis en ik vond er geen andere plaats voor. Ook de thema's die zich bij het doorlezen aan enkele teksten hadden vastgeklemd, wilden niet meer uit mijn hoofd. Erger nog, wanneer ik in de loop van de maanden die volgden aan de piano ging zitten, was het bundeltje er meestal ook: de ene keer verscholen achter de sonates van "van Beethoven", de andere keer tussen een stapel notenleer-lessen of soms zelfs helemaal onbeschaamd vooraan. Ik was "gevangen".
Daar er blijkbaar toch geen ontkomen aan was, begon ik af en toe te schrijven. Toen ik in het najaar van 2000 een eerste stukje meebracht naar het koor bleek het raak: "Wereld" werd meteen gesmaakt. In de zomer-vakantie van 2001 kreeg de hele musical gestalte en bij de aanvang van het schooljaar durfden we reeds luidop dromen van een opvoering (...)
Na een eerste try-out met de klassen begeleidingspraktijk en gitaar nam Tijn Huylebroeck (zoon van Jan) in ruil voor een tweedehandse Mac © en twee Roland © synthesizer-modules, de volledige orkestratie voor zijn rekening. De uitvoering van de musical werd gepland op Kunstenbad ‘03. Dit kwam ons goed uit daar Discantus op dat ogenblik 20 jaar zou bestaan én gebruik zou kunnen maken van de Kamermuziekzaal in het gloednieuwe Concertgebouw.
Het herhalingsschema werd strak gehouden met o.a. repetities in “De Dijk” - waarbij woord- collega Tina De Rous de regie voor haar rekening nam - en in de “Orgelzaal” om de samenwerking met dans-collega Annelies Eggern optimaal te kunnen coördineren. Daarenboven werd tijdens de Kerstvakantie ‘02 in een marathon van twee dagen, in de Palmklassen van het SCB een CD opgenomen van deze productie.
Toen "GEvangEN..." op 01 en 02 februari 2003 in wereldpremière ging, waren we dan ook 100% voorbereid. Het live-orkest bestond uit leerlingen van de klassen gitaar, slagwerk en begeleidingspraktijk van het Stedelijk Conservatorium onder leiding van Tijn Huylebroeck.
Het decor werd - voor een schijntje (250 euro) - ontworpen en opgebouwd door mijn broer Miek.
De muziek voor GEvangEN is opgebouwd vanuit twee thema's: een donkere sfeer via minder gebruikelijke harmonische verschuivingen (directe majeur/mineur tertsenmodulaties cf. "Grotten") en een warm gevoel in de zuster-melodie van het geboortelied dat ik in ‘98 voor (mijn pasgeboren dochter) Trees schreef (cf. "Wereld").
Het verhaal (...) Een groepje jongeren gaat op (...) uitstap naar de Ardennen en bezoekt er een grot. Ze worden geleid door een zekere meneer HiHi, een student die "bijklust". Meneer HiHi maakt een inschattingsfout en als tijdens dit bezoek aan de grot toevallig een mini-aardbeving plaatsheeft, komen de jongeren vast te zitten. Tijdens hun gedwongen verblijf leren de jongeren elkaar beter kennen. Ze ontdekken dat elk van hen wel ergens met een verdrongen of verdoken probleem zit en dat het bespreekbaar maken ervan tevens het loslaten is van dit probleem Ze ontdekken ook dat iedereen recht heeft op zijn/haar "eigenheid" maar ook dat je alleen niet kunt overleven. Het leven is pas dan echt waardevol als je samen met de anderen aan een betere wereld werkt: een "wereld waar het goed is om te zijn".
De twee uitvoeringen waren snel uitverkocht. Het publiek reageerde enthousiast en we brachten op korte tijd 162 CD’s aan de man. Twintig jaar Discantus kon aldus positief worden afgesloten. Het koor was in de voorbije tien jaar weliswaar een stuk kleiner geworden (gemiddeld een 20-tal leden) maar had zich stilaan een andere stijl aangemeten en tegelijkertijd had het ook een nieuw uitgesprokener engagement gevonden: de leden kwamen regelmatig naar de repetities maar verkozen een moderner repertoire en dito invulling. Echter...
Net zoals het geval was na de laatste uitvoering van HMSV in 1993, verlieten begin maart een aantal oudere leden het koor. Veel mocht Discantus niet meer bloeden. Gelukkig had ik uit vorige jaren geleerd en dit een stukje voorzien: we werkten tussen alle voorbereidingen aan GEvangEN door, ook aan een ander eerder klein, maar daarom niet minder belangrijk project dat “Discantus voor de Vrede” was getiteld.
Dit project bestond uit drie composities die als een aanklacht tegen de oorlog werden gebundeld. Eén compositie “DisBellumCantus” werd door de groep zelf al improviserend gemaakt en dit zowel voor wat betreft de teksten als de melodie. Een tweede compositie heette “Loerende” en evoceerde in een avantgardistische stijl de verschrikking van de oorlog. Het derde werk was een eigen compositie die ik ooit in opdracht van Dranouter had gemaakt en die “De vluchtelingen” was getiteld. Er kwam ook een affiche en een trailer op het www.
We nodigden ouders, vrienden en kennissen uit om op 28 juni 2003 naar Klas 01 van het SCB te komen voor de privé-voorstelling van “Discantus Voor Vrede”. De reacties waren unaniem positief. De groep hield stand en we konden de volgende 10 jaar ingaan met heel wat minder schade dan de vorige keer.
14. Samenwerking met het koor van de volwassenen.
Zoals hiervoor reeds werd vermeld, stonden sedert het schooljaar 97/98 naast Discantus ook het koor van de Volwassenen van het Stedelijk Conservatorium onder mijn leiding. Het was zonder meer duidelijk dat vroeg of laat een samenwerking tussen beide zou ontstaan. Die samenwerking kwam er na een vraag van de pastoor van de Onze Lieve Vrouwekerk om de Hoogmis van Kerstdag 2003 op te luisteren.
Discantus werkte aan een eenvoudig maar fris Kerstprogramma, terwijl de Volwassenen de instudering van de “Messe de minuit” van M. A. Charpentier voor hun rekening namen.
Het concert van 25 december ’03 waarbij beide koren de mis van 11.00 uur opluisterden, was een schot in de roos. Er was weliswaar nog niet écht sprake van samen zingen, maar daar zou sneller dan verwacht verandering in komen...
De rest van het schooljaar werd gebruikt om de ooit reeds vroeger uitgevoerde “Munchhaussen-Kantate” en “Dat stuk met die fagot” van J. Coeck aan te leren. Het was de bedoeling om dit programma het jaar daarop te brengen op een nieuw Kunstenbad. Dit project zou door omstandigheden vreemd aan Discantus jammer genoeg echter nooit doorgaan.
Het schooljaar 04/05 was pas ingezet toen de vraag binnenkwam om gastkoor te zijn voor The Crescent Boys Choir uit Toronto (Canada). We namen dit met beide handen aan en organiseerden op 09 november ’04 een concert in de Orgelzaal van het SCB. We zongen er samen "Le temps de vivre" van G. Moustakie. Meer konden we dat jaar niet brengen. Toen kwam de vraag vanwege dirigent I. Michiels om samen met het koor van de Volwassenen en Cantores Brugge te werken aan de uitvoering van het Requiem van W. A. Mozart.
Ik twijfelde: deze opdracht zou werkelijk het uiterste van ons eisen want noch de jongeren van Discantus noch de volwassenen waren ooit een dergelijke uitdaging aangegaan. Ook voor mezelf was het een serieuze opdracht. Ik moest het werk niet alleen eerst volledig zelf instuderen, maar het dan bovendien ook nog aan een groep aanleren die zeer weinig koorervaring had. De leden van het Volwassenenkoor “verlopen” namelijk om de drie jaar. Daardoor bestaat dit koor uit een zeer heterogene groep van zowel technisch goed gevormde zangers (Middelbare Graad) als van liefhebbers in de breedste zin van het woord. Daarenboven werd gevraagd aan Discantus om zowel de sopraan- alt- als tenorpartij te versterken. Alleen een minutieuze voorbereiding zou tot een bevredigend resultaat leiden.
Er werd heel hard en ernstig gestudeerd. De Discanters kweten zich uitstekend van hun taak en moesten uiteindelijk in het geheel niet onderdoen voor de Volwassenen. We programmeerden op 26 juni ’05 tijdens de tweejaarlijkse Open Deur Dag van het SCB in de Stadsschouwburg een soort testuitvoering met het “Dies Irae”. Het werd de eerste echte samenwerking tussen de jongeren en de volwassenen waarbij beiden in één koor zongen, en dit lukte aardig. Daarenboven leek het publiek dit best te smaken. Na enkele strak georganiseerde repetitie-weken - we hadden na de grote vakantie slechts twee maanden de tijd om alles terug op te frissen - stonden op 11 november ‘05 een twintigtal Discanters op het podium van de grote Concertzaal in het Brugs Concertgebouw om er samen met het Volwassenenkoor en het Jongerenorkest van het SCB, het Brugse Cantores en het orkest “Artis Dulcedo” het Requiem van W.A. Mozart te brengen. Het geheel stond onder de zeer deskundige leiding van Ignace Michiels.
Het was tijdens dit optreden dat ik voor de eerste keer in de geschiedenis van Discantus letterlijk afstand nam van de groep: ik zat zelf in de zaal om van het concert te genieten. Dit even afstand nemen bleek een juiste beslissing.
15. Discantus vervult haar eigen profetie.
De uitvoering van het “Requiem” werd voor mij op die wijze als het ware een soort afscheid van het “oude” Discantus. Het werd hoog tijd om na het “treuren” even te bezinnen, om te aanvaarden dat alles in beweging is; alles verandering is. Tijd om te stoppen met het Discantus van vroeger achterna te hollen met als ultieme doel het terug te brengen. De basisinvulling zou echter dezelfde blijven: jonge mensen in respect voor elkaar en voor de wereld, het plezier van het zingen bijbrengen. Moet Discantus daarvoor echter grote concerten blijven nastreven? Moet er daarom naar het buitenland worden gereisd?
Het bleek overduidelijk dat samenwerken met het Volwassenenkoor de goeie keuze was. Beide koren studeerden op onafhankelijke basis eigen repertoire in, maar als dirigent kon ik in beide groepen een aantal werken programeren die op het einde samen werden gebracht en die duidelijk een meerwaarde gaven aan de concerten. Zo organiseerden we op 10 juni ’06 een Klasvoorstelling in de Orgelzaal waarbij er naast eigen repertoire ook samen twee nummers werden uitgevoerd.
Op 03 februari ’07 werkten we mee aan Kunstenbad ‘07 in de Stadsschouwburg. We zongen hiervoor een improvisatorisch “On the Rood” op CD in. Hier stonden vooral klankkleuren en avant-garde stemgebruik op de voorgrond.
Op 28 april ’07 organiseerden we een opnieuw erg gesmaakte Klasvoorstelling in de Orgelzaal van het SCB. Discantus en het Volwassenenkoor brachten er in een samenwerking met de klassen Samenspel (Combo) van de pas aan het SCB opgerichte afdeling Jazz en Lichte Muziek, een schitterend optreden met een nummer uit “Les Miserables” en (improvisaties op) de bekende Negro-spiritual “This old hammer”.
Op 27 januari ’08 werkten we mee aan Kunstenbad 2008 in het Concertgebouw. Hier werd zowel klassiek als meer populair werk gezongen voor een tevreden publiek.
16. En nu?
Het losjes grasduinen in de geschiedenis van het koor, het eventjes stilstaan en omkijken naar wat er in die voorbije 25 jaar is gebeurd, bedolf mij met een lawine aan warme redenen om te blijven doorgaan. Het is daarom dat er op zaterdagmorgen nog steeds jongeren samenkomen in de Orgelzaal om er in groep te zingen: nog steeds is de sfeer op de herhalingen uitstekend en heerst er een gevoel van “samen bouwen aan”. Nog steeds voel ik mij na afloop van deze repetities fysiek moe, maar psychisch uitermate energievol. Ik blijf blije gezichten zien. Ik blijf regelmatig het onbeschrijfelijk bijna mystieke gevoel ervaren van eenheid in schoonheid door muziek en ik blijf vertrouwen in de kracht van de klank.
Over afzienbare tijd, veel sneller dan ik ooit had vermoed, zal het koor welicht in andere handen overgaan. Het Stedelijk Conservatorium Brugge kan zich niet veroorloven om de jongeren die er de lessen zang volgen in de kou te laten staan: dit mag niet worden losgelaten.
17. Nawoord
Een kwarteeuw jeugdkoor vloog ongemerkt voorbij, zo maar, eventjes. De jongeren die bij Discantus zongen (op vandaag reeds meer dan 220) zwermden soms letterlijk naar alle windstreken uit. Met uitzondering van hen die door het “Virus” werden gebeten en naam en faam vergaarden in de wereld van de muziek, zetten de meesten het pitje van hun muziekbeleven wellicht een stuk lager. Toch kan ik mij niet van de overtuiging ontdoen dat ook bij hèn de jaren bij het koor een stuk mentaal pensioensparen zijn geweest. Ik gaf aan het koor en het koor gaf aan mij in veelvoud terug. Discantus, voor velen niet meer dan een naam, blijft alleen daarom reeds mijn sleutelwoord tot prachtige “Herinneringen”.
Voor elke medewerker over alle jaren heen, voor allen die het koor door dik en dun steunden, voor hen die er bleven in geloven, voor alle ouders van de koorleden en allen die ooit bij Discantus zongen: ik buig - de hand op het dankbare hart - en schenk u vanuit het diepste van mijn even dankbaar zijn een welgemeende Blij-U-Dat-U-Er-Was!
Luc Goethals
18. Alle (?) koorleden tot op heden.
Ackaert Elsie - Allewaert Lieselot - Angelet Laetitia - Anthoons Stefanie - Baeckelandt Jolien - Beausaert Barbara - Beausaert Simon - Beel Francis - Behaeghel Ruben - Bernolet Jan - Bervoets Hanne - Beuckels Wim - Bischops Dionne - Bommerez Lieselotte - Borremans Goedele - Bossaer Eva - Boudens Heleen - Capelle Bert - Capoen Ilse - Carron Alex - Catry Ellen - Cherlet Jan - Cherlet Kathleen - Claeys Griet - Clarie Maartje - Cornelissen Layla - Cornille Janne - Cornille Michiel - Corthier Marie - Coucke Inge - Coudenys Inge - Dejaegher Louis - D'Hoest Tania - D'Hoest Tine - D'Hoest Veerle - D'hondt Sarah - Dalle Natasha - De Blieck Lotte - De Blieck Tieu - De Graeve Greet - De Gryze Steven - de Jong Anna - De Leersnyder Florian - De Leersnyder Jozefien - De Meester Tom - De Rey Sébastien - De Weerdt Evelyne - Debaes Evelien - Debusscher Genevieve - Debusscher Severine - Deconinck Annemie - Decraene Steven - Decuypere Jana - Dedeyne Liesbeth - Dekeyser Caroline - Dekeyser Isabelle - Dekeyser Michèle - Delamillieure Joke - Deleu David - Demuynck Miepe - Demuynck Rein - Denolf Tom - Denys Sofie - Depoorter Hanne - Deroo Lidewij - Desmet Joyce - Desmet Tinneke - Desmidt Joren - Devinck Jasmina - Dewulf Karel - Dewulf Sofie - Dochy Johan - Dumarey Joke - Dupont Guy - Dupont Mieke - Finaut Steve - Flamey Alexia - Flokman Ilse - Forrez Maite - Forrier Sabine - François Dieter - Gabriëls Nele - Gellynck Lies - Geryl Joëlle - Gruyaert Astrid - Gruyaert Laura - Grypdonck Griet - Haudenhuyse Turiya - Haverals Hanne - Haverals Jelle - Hutsebaut Mieke - Huyghe Jonas - Huyghe Lore - Huyghe Patricia - Huyghebaert Annelies - Huyghebaert Veroniek - Inghelbrecht Lidewijde - Jans Leen - Kimpe Griet - Kimpe Heleen - Kindt Koen - Lagast Emmy - Laleman Nathalie - Lamote Benedikte - Langenbick Leen - Lannoo Elisabeth - Lateur Caroline - Lenoir Hilde - Loobuyck Kathleen - Louwyck Liesbeth - Lycke Benjamien - Machiels Sylvie - Maes Helga - Maes Yfke - Maeseele Wim - Martens Julie - Martens Maïté - Mattart Liesbeth - Mesuere Ellen - Meulemeester Karen - Michiels Hilde - Minnebo Isabelle - Neal Colombine - Neels Hanne - Neels Imke - Neels Phylia - Neyrinck Jorijn - Noë Silvie - Nolf Sylvie - Paganini Beniamino - Pereira Pedro Joana-Rita - Piepers Iwein - Pillen Bieke - Pillen Maai - Pollet David - Rau Martine - Regoudt Joke - Regoudt Veerle - Rekkers An - Renders Elke - Renders Evi - Roseeuw Dieter - Sabbe Joeskine - Sabbe Linde - Sabbe Maarten - Sabbe Meeuwel - Sarlet Sylvie - Soulliaert Soetkin - Spincemaille Katrien - Staelens Nancy - Stein Nastasia - Sterken Evelien - Sterken Sven - Stieperaere Sabien - Supply Hanne - Tanghe Bart - Tanghe Saskia - Troffaes Sabine - Uten Annelies - Uten Bram - Valcke Eva - Valcke Frauke - Van Coillie Barbara - Van Daele Dries - Van Daele Tom - Van Damme Florence - Van Damme Mattijs - Vandenbossche Eveline - Vanden Berghe Stephan - Van de Velde Sabine - Van Eeghem Kathleen - Van Hees Annelies - Van Hees Maarten - Van Loo Kristina - Van Loo Sylvia - Van Severen Ans - Van Severen Eva - Van Severen Tine - Van Steenkiste Delphine - Van Volcem Kevin - Van Volcem Phoebe - Vanagt Katrien - Vanagt Pieter - Vanbrabant Cattoor Marc - Vancouillie Kitty - Vandamme Eefje - Vande Ginste Els - Vande Ginste Martje - Vande Ginste Thomas - Vanderhaeghe Eszter - Vande Voorde Johannes - Vanhaverbeke Lies - Vanhee Karen - Vanhulle Jan - Vankersschaever Beatrijs - Vankersschaever Mattijs - Vannoote Liesbeth - Vanoverschelde Laura - Vanroye Sarah - Vantorre Annelies - Vantorre Jeroen - Verhelst An - Verhulst Sabine - Verniest Marika - Verraest Elisabeth - Verroens An - Versailles Bénédicte - Versailles Elisabeth - Verscheure Amelieke - Verscheure Vanessa - Vlaeminck Liesbeth - Vlaeminck Veerle - Vyvey Eline - Waes Bieke - Waes Fibe - Waes Jelle - Waes Fran - Waes Tine - Warnier Sofie - Welsh Kathleen - Wensch Geneviève - Wildemeersch Mike - Wouters Joke - Zutterman Eva. (224?)