Gedichten
Goeie morgen,
Jij bent de eerste stralen van de ochtendzon
Jij bent de frisheid van een klaterende bron
Jij bent de zotte hond die rondspringt in mijn hart
een goeie morgen lieve snoetje
van je bard...
Spiegel,
Je wang aan mijn schouder
Je haar in de spiegel
de lijn van je arm die versmelt met mijn zij
De glooi van je rug vindt mijn oog
wordt mijn adem
wordt krachtige hartslag
uitzinnig gejubel
Verslaafd als een vis aan jouw zee diep in mij!
Jij bent,
Jij bent de warmte die mij zacht ontdooien doet
Geduldig likkend aan mijn diep gestold verdriet
dat was gekoekt, verhard, verstard tot monoliet
smelt jij versteende pijn tot zalf
bevroren haat tot zuurstof voor mijn jagend bloed
Het is jouw warmte die mij zacht ontdooien doet.
Jij bent de tederheid die mij ontluiken doet
Voorzichtig strelend aan de snaren van mijn ziel
je vond de weg dwars door het harnas dat los viel
laat je me rillen van genot
beroert de hunker van je hand mijn laaiend bloed
Het is jouw tederheid die mij ontluiken doet.
Jij bent de schaterlach die mij ontwaken doet
Uitbundig drinkend van de zon die in mij sliep
voordat je gulle mond ze vrolijk wakker riep
leer je me zingen als een god
bedwelmt de klankkleur van je stem mijn dronken bloed
Het is jouw schaterlach die mij ontwaken doet.